Art. 219 Verordening (EU) 2016/429, Verplichting voor de exploitanten met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van waterdieren naar andere lidstaten
1. De exploitanten, met uitzondering van vervoerders, stellen de bevoegde autoriteit in hun lidstaat van oorsprong vooraf in kennis van geplande verplaatsingen van waterdieren van de ene lidstaat naar een andere lidstaat in de volgende gevallen:
a) de waterdieren moeten vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong overeenkomstig de artikelen 208 en 209 en regels vastgesteld krachtens artikel 211 en artikel 214, lid 2;
b) de waterdieren moeten vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat voor waterdieren indien zij uit een beperkingszone worden verplaatst als bedoeld in artikel 208, lid 2, onder a);
c) de verplaatste aquacultuurdieren en wilde waterdieren zijn bestemd voor:
i) een instelling die moet worden geregistreerd overeenkomstig artikel 173 of moet worden erkend overeenkomstig de artikelen 176 tot en met 179;
ii) vrijlating in het wild;
d) kennisgeving is vereist overeenkomstig de krachtens artikel 221 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Voor de in lid 1 van dit artikel beschreven kennisgeving verstrekken de exploitanten de bevoegde autoriteit in hun lidstaat van oorsprong alle noodzakelijke gegevens om deze in staat te stellen overeenkomstig artikel 220, lid 1, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming in kennis te stellen van de verplaatsing.