Art. 137 Verordening (EU) 2016/429, Gehouden landdieren bestemd voor geconsigneerde inrichtingen en gedelegeerde handelingen
1. De exploitanten verplaatsen gehouden landdieren slechts naar een geconsigneerde inrichting indien de betrokken dieren voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) zij zijn afkomstig van een andere geconsigneerde inrichting;
b) zij vormen geen significant risico op verspreiding van de in de lijst opgenomen ziekten, als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder d), naar de in de lijst opgenomen soorten of categorieën dieren in de geconsigneerde inrichting van bestemming, tenzij de betrokken verplaatsing voor wetenschappelijke doeleinden is toegestaan.
2. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 264 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot:
a) nadere regels voor het verplaatsen van gehouden landdieren naar geconsigneerde inrichtingen ter aanvulling van die bedoeld in lid 1 van dit artikel;
b) specifieke regels voor verplaatsingen van gehouden landdieren naar geconsigneerde inrichtingen waar de getroffen risicobeperkingsmaatregelen waarborgen dat dergelijke verplaatsingen geen significant risico vormen voor de gezondheid van de gehouden landdieren binnen die geconsigneerde inrichting of in naburige inrichtingen.