Art. 122 Verordening (EU) 2016/429, Bevoegdheidsdelegaties inzake de traceerbaarheidsvoorschriften voor levende producten

Verordening (EU) 2016/429

1. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 264 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot traceerbaarheidsvoorschriften voor levende producten van gehouden landdieren die tot een runder-, schapen-, geiten-, varkens- of paardachtigensoort behoren, ter aanvulling van de in artikel 121 neergelegde regels;

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 264 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot traceerbaarheidsvoorschriften voor levende producten van andere gehouden landdieren dan runderen, geiten, schapen, varkens en paardachtigen, waar dit nodig is voor:

a) de efficiënte toepassing van de in deze verordening bedoelde maatregelen ter preventie en bestrijding van ziekten;

b) de traceerbaarheid van die levende producten, van hun verplaatsingen in en tussen de lidstaten en van hun binnenkomst in de Unie.

3. Bij de vaststelling van in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen, baseert de Commissie deze op de volgende aspecten:

a) de soorten gehouden landdieren waarvan de levende producten afkomstig zijn;

b) de gezondheidsstatus van de donordieren;

c) de risico's die met die levende producten verbonden zijn;

d) het soort levende producten;

e) het soort winning, productie, behandeling of opslag van levende producten;

f) de verplaatsingspatronen van de relevante soorten en categorieën gehouden landdieren en hun levende producten;

g) overwegingen betreffende de bescherming en het behoud van soorten gehouden landdieren;

h) andere elementen die kunnen bijdragen tot de traceerbaarheid van levende producten.