Art. 1 Verordening (EU) 2016/429, Onderwerp en doel

Verordening (EU) 2016/429

1. Bij deze verordening worden regels vastgesteld met betrekking tot de preventie en bestrijding van dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen.

Die regels voorzien in:

a) het stellen van prioriteiten voor en de indeling in categorieën van ziekten die voor de Unie van belang zijn en de vaststelling van de verantwoordelijkheid voor de diergezondheid (deel I: artikelen 1 tot en met 17);

b) de vroegtijdige opsporing, melding en rapportage van ziekten, bewaking, uitroeiingsprogramma's en de ziektevrije status (deel II: artikelen 18 tot en met 42);

c) waakzaamheid en paraatheid voor en bestrijding van ziekten (deel III: artikelen 43 tot en met 83);

d) de registratie en goedkeuring van inrichtingen en vervoerders en de verplaatsingen en de traceerbaarheid van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong binnen de Unie (deel IV: artikelen 84 tot en met 228 en deel VI: artikelen 244 tot en met 248, en artikelen 252 tot en met 256);

e) de binnenkomst van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong in de Unie en de uitvoer van die zendingen uit de Unie (deel V: artikelen 229 tot en met 243 en deel VI: artikelen 244 tot en met 246, en artikelen 252 tot en met 256);

f) het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat uit een andere lidstaat of uit een derde land of gebied (deel VI: artikelen 244 tot en met 256);

g) de noodmaatregelen die in een noodsituatie bij ziekten moeten worden genomen (deel VII: artikelen 257 tot en met 262).

2. De in lid 1 bedoelde regels:

a) moeten zorgen voor:

i) een betere diergezondheid ter ondersteuning van een duurzame landbouw- en aquacultuurproductie in de Unie;

ii) een doeltreffend functionerende interne markt;

iii) een vermindering van de schadelijke effecten op de diergezondheid, de volksgezondheid en het milieu van:

— bepaalde ziekten;

— de maatregelen ter preventie en bestrijding van ziekten;

b) houden rekening met:

i) het verband tussen diergezondheid en

— volksgezondheid;

— het milieu, waaronder biodiversiteit en waardevolle genetische hulpbronnen, alsmede de gevolgen van klimaatverandering;

— voedsel- en diervoederveiligheid;

— dierenwelzijn, waaronder het besparen van vermijdbare pijn, spanning of lijden;

— antimicrobiële resistentie;

— voedselzekerheid;

ii) de economische, sociale, culturele en milieueffecten van de toepassing van maatregelen ter bestrijding en preventie van ziekten;

iii) de toepasselijke internationale normen.