Art. 40 Verordening (EU) 2016/426, Formele non-conformiteit
1. Onverminderd artikel 37 verlangt een lidstaat van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de non-conformiteit, wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt:
a) de CE-markering is aangebracht in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of met artikel 17 van de onderhavige verordening;
b) de CE-markering is niet aangebracht;
c) de opschriften bedoeld in bijlage IV zijn niet aangebracht of zijn aangebracht in strijd met artikel 18;
d) het identificatienummer van de aangemelde instantie die betrokken is bij de productiecontrolefase is in strijd met artikel 17 aangebracht of is niet aangebracht;
e) de EU-conformiteitsverklaring is niet opgesteld of is niet correct opgesteld;
f) er is geen kopie van de EU-conformiteitsverklaring bij de appendage gevoegd;
g) de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;
h) de informatie als bedoeld in artikel 7, lid 6, of artikel 9, lid 3, ontbreekt, is onjuist of is onvolledig;
i) er is niet voldaan aan een ander administratief voorschrift van artikel 7 of artikel 9.
2. Wanneer de in lid 1 bedoelde non-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het gastoestel of de appendage te beperken of te verbieden of om ervoor te zorgen dat het gastoestel of de appendage wordt teruggeroepen of uit de handel wordt genomen.