Art. 43 Verordening (EU) 2016/424, Formele non-conformiteit
1. Onverminderd artikel 40 verlangt een lidstaat van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de non-conformiteit, wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt:
a) de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of met artikel 21 van de onderhavige verordening aangebracht;
b) de CE-markering is niet aangebracht;
c) het identificatienummer van de aangemelde instantie die is betrokken bij de productiecontrolefase, is niet volgens de voorschriften van artikel 21 aangebracht of is niet aangebracht;
d) het subsysteem of de veiligheidscomponent gaat niet vergezeld van de EU-conformiteitsverklaring;
e) er is geen EU-conformiteitsverklaring opgesteld;
f) de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;
g) de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;
h) de gegevens bedoeld in artikel 11, lid 6, of artikel 13, lid 3, ontbreken, zijn onjuist of zijn onvolledig;
i) er is niet voldaan aan een ander administratief voorschrift van artikel 11 of artikel 13.
2. Wanneer de in lid 1 bedoelde non-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het subsysteem of de veiligheidscomponent te beperken of te verbieden, of om ervoor te zorgen dat het subsysteem of de veiligheidscomponent wordt teruggeroepen of uit de handel wordt genomen.