Art. 28 Verordening (EU) 2016/399, Specifieke procedure voor gevallen die onmiddellijk optreden vereisen
1. Indien een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in een lidstaat onmiddellijk optreden vereist, kan de betrokken lidstaat bij wijze van uitzondering het grenstoezicht aan de binnengrenzen onmiddellijk opnieuw invoeren voor een beperkte periode van ten hoogste tien dagen.
2. Wanneer een lidstaat het grenstoezicht aan de binnengrenzen opnieuw invoert, stelt hij tegelijkertijd de andere lidstaten en de Commissie hiervan in kennis en deelt hij de in artikel 27, lid 1, bedoelde informatie en de redenen voor de toepassing van de procedure van dit artikel mee. De Commissie kan de andere lidstaten onmiddellijk na ontvangst van de kennisgeving raadplegen.
3. Indien de ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid aanhoudt na de in lid 1 van dit artikel bedoelde periode, kan de lidstaat besluiten het grenstoezicht aan de binnengrenzen met hernieuwbare perioden van ten hoogste twintig dagen te verlengen. De betrokken lidstaat houdt daarbij rekening met de in artikel 26 bedoelde criteria, waaronder een bijgewerkte beoordeling van de noodzakelijkheid en evenredigheid van de maatregel, en met nieuwe elementen.
Bij een dergelijke verlenging zijn de bepalingen van artikel 27, leden 4 en 5, van overeenkomstige toepassing en vindt het overleg onverwijld plaats nadat het verlengingsbesluit ter kennis van de Commissie en de lidstaten is gebracht.
4. Onverminderd artikel 25, lid 4, duurt de totale periode gedurende welke het grenstoezicht aan de binnengrenzen is heringevoerd, uitgaande van de eerste termijn overeenkomstig lid 1 van dit artikel en van verlengingen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, niet langer dan twee maanden.
5. De Commissie informeert het Europees Parlement onverwijld over de in het kader van dit artikel gedane kennisgevingen.