Art. 18 Verordening (EU) 2016/399, Gezamenlijk toezicht
1. De lidstaten die aan hun gemeenschappelijke landgrenzen artikel 22 niet toepassen, kunnen tot de datum van toepassing van dat artikel aan deze gemeenschappelijke grenzen gezamenlijk toezicht uitoefenen, in welk geval een persoon slechts eenmaal mag worden staande gehouden ten behoeve van in- en uitreiscontroles, onverminderd de individuele verantwoordelijkheden van de lidstaten die voortvloeien uit de artikelen 7 tot en met 14.
Daartoe kunnen de lidstaten onderling bilaterale overeenkomsten sluiten.
2. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van eventuele overeenkomstig lid 1 gesloten overeenkomsten.