Art. 9 Verordening (EU) 2016/44
1. In afwijking van artikel 5 kunnen, met betrekking tot de in de bijlage II genoemde personen, entiteiten of lichamen en de in artikel 5, lid 4, genoemde entiteiten, de in bijlage IV genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan volgende voorwaarden is voldaan:
a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair vastgesteld retentierecht, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat is vastgesteld:
i) vóór de datum waarop de persoon, de entiteit of het lichaam in bijlage II werd opgenomen; of
ii) vóór de datum waarop de in artikel 5, lid 4, bedoelde entiteit door de Veiligheidsraad op de VN-lijst werd geplaatst;
b) de betrokken tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;
c) het retentierecht of het justitiële vonnis is niet ten behoeve van een in bijlage II of III genoemde persoon, entiteit of lichaam;
d) de erkenning van het retentierecht of van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat; en
e) het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.
2. In afwijking van artikel 5 kunnen, met betrekking tot de in bijlage III genoemde personen, entiteiten of lichamen, de in bijlage IV genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan volgende voorwaarden is voldaan:
a) de desbetreffende tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitragebesluit dat is vastgesteld voor de datum waarop de in artikel 5 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam is opgenomen in bijlage III, of van een rechterlijke of administratieve beslissing die in de Unie is uitgesproken, of van een rechterlijke beslissing die in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is, en die van voor of na die datum dateert;
b) de desbetreffende tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan de vorderingen die bij de beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de rechten van de houders van die vorderingen;
c) de beslissing komt niet ten goede aan een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage II of III; en
d) de erkenning van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.
3. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel gegeven toestemming.