Art. 3 Richtlijn (EU) 2016/1629, Definities

Richtlijn (EU) 2016/1629

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

a) „vaartuig”: een schip of een drijvend werktuig;

b) „schip”: een binnenschip of een zeeschip;

c) „binnenschip”: een schip dat uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren;

d) „sleepboot”: een schip dat speciaal is gebouwd om te slepen;

e) „duwboot”: een schip dat speciaal is gebouwd voor het voortbewegen van een duwstel;

f) „passagiersschip”: een schip voor dagtochten of een hotelschip dat is gebouwd en ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;

g) „drijvend werktuig”: een drijvend bouwsel waarop zich werkinstallaties bevinden, zoals kranen, baggermolens, hei-installaties of elevatoren;

h) „drijvende inrichting”: een drijvend bouwsel, dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst, zoals een badinrichting, een dok, een steiger of een botenhuis;

i) „drijvend voorwerp”: een vlot, alsmede een ander voorwerp of samenstel van voorwerpen dat geschikt is gemaakt om te varen en dat geen schip, drijvend werktuig of drijvende inrichting is;

j) „pleziervaartuig”: een schip, niet zijnde een passagiersschip, dat is bestemd voor sportieve en recreatieve doeleinden;

k) „snel schip”: een schip met eigen mechanische middelen tot voortbeweging dat een snelheid ten opzichte van het water kan bereiken van meer dan 40 km/h;

l) „waterverplaatsing”: het ingedompelde volume van het schip, in kubieke meter;

m) „lengte (L)”: de grootste lengte van de scheepsromp in meter, het roer en de boegspriet niet inbegrepen;

n) „breedte (B)”: de grootste breedte van de scheepsromp in meter, gemeten op de buitenkant van de huidbeplating (schoepraderen, schuurlijsten en dergelijke niet inbegrepen);

o) „diepgang (T)”: de verticale afstand in meter tussen het laagste punt van de scheepsromp, zonder rekening te houden met de kiel of andere vaste onderdelen en het vlak van de grootste inzinking van het schip;

p) „met elkaar in verbinding staande binnenwateren”: waterwegen van een lidstaat die in verbinding staan met binnenwateren van een andere lidstaat, via binnenwateren die volgens het nationale of internationale recht kunnen worden bevaren door vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.