Art. 17 Richtlijn (EU) 2016/801, Vergunningen
1. Wanneer de vergunning de vorm aanneemt van een verblijfstitel, gebruiken de lidstaten het in Verordening (EG) nr. 1030/2002 bepaalde model en vermelden zij op die verblijfstitel de termen „onderzoeker”, „student”, „scholier”, „stagiair”, „vrijwilliger” of „au pair”.
2. Wanneer de vergunning de vorm aanneemt van een visum voor verblijf van langere duur, vermelden de lidstaten onder de rubriek „opmerkingen” op de visumsticker dat het visum is afgegeven aan de „onderzoeker”, „student”, „scholier”, „stagiair”, „vrijwilliger” of „au pair”.
3. Voor onderzoekers en studenten die naar de Unie komen in het kader van een specifiek uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, of een overeenkomst tussen twee of meer erkende instellingen voor hoger onderwijs, wordt in de vergunning verwezen naar dat specifieke programma of die overeenkomst.
4. Wanneer aan een onderzoeker een vergunning voor langetermijnmobiliteit wordt afgegeven in de vorm van een verblijfstitel, gebruiken de lidstaten het in Verordening (EG) nr. 1030/2002 bepaalde model en vermelden zij op die verblijfstitel „onderzoekersmobiliteit”. Wanneer de vergunning voor langetermijnmobiliteit aan een onderzoeker wordt afgegeven in de vorm van een visum voor verblijf van langere duur, vermelden de lidstaten in de rubriek „opmerkingen” op de visumsticker „onderzoekersmobiliteit”.