Art. 69 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Vervanging van bewijzen van preferentiële oorsprong die buiten het kader van het SAP-stelsel van de Unie zijn afgegeven of opgesteld

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. Wanneer producten van oorsprong waarop een bewijs van preferentiële oorsprong betrekking heeft dat eerder is afgegeven of opgesteld voor de toepassing van een preferentiële tariefmaatregel zoals bedoeld in artikel 56, lid 2, onder d) of e), van het wetboek, met uitzondering van het SAP van de Unie, nog niet voor het vrije verkeer zijn vrijgegeven en onder toezicht van een douanekantoor in de Unie zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer vervangende bewijzen worden vervangen om alle of een deel van deze producten naar een andere plaats in de Unie te zenden.

2. Wanneer het voor de toepassing van de preferentiële tariefmaatregel zoals bedoeld in lid 1 vereiste bewijs van oorsprong een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, een ander certificaat van oorsprong van de overheid, een oorsprongsverklaring of een factuurverklaring is, wordt het vervangende bewijs van oorsprong afgegeven of opgesteld in de vorm van een van de volgende documenten:

a) een vervangende oorsprongsverklaring of een factuurverklaring, opgesteld door een toegelaten exporteur die de goederen wederverzendt;

b) een vervangende oorsprongsverklaring of een vervangende factuurverklaring, opgesteld door een wederverzender van de goederen wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending niet hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde;

c) een vervangende oorsprongsverklaring of factuurverklaring, opgesteld door een wederverzender van de goederen wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, en de wederverzender bij de vervangende oorsprongsverklaring of factuurverklaring een kopie van het oorspronkelijke bewijs van oorsprong voegt;

d) een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, afgegeven door het douanekantoor waar de goederen onder toezicht zijn geplaatst indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) de wederverzender is geen toegelaten exporteur en staat niet toe dat een kopie van het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij het vervangende bewijs wordt gevoegd;

ii) de totale waarde van de producten van oorsprong in de oorspronkelijke zending is hoger dan de toepasselijke drempelwaarde waarboven de exporteur een toegelaten exporteur moet zijn om een vervangend bewijs op te stellen.

3. Wanneer het vervangende bewijs van oorsprong overeenkomstig lid 2, onder d), is afgegeven, wordt de vermelding van het douanekantoor dat het vervangend certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgeeft in vak 11 van het certificaat geplaatst. De vermeldingen in vak 4 van het certificaat betreffende het land van oorsprong zijn identiek aan de vermeldingen in het oorspronkelijke bewijs van oorsprong. De wederverzender brengt in vak 12 zijn handtekening aan. Wanneer de wederverzender in vak 12 te goeder trouw zijn handtekening heeft geplaatst, is hij niet verantwoordelijk voor de juistheid van de op het oorspronkelijke bewijs van oorsprong aangebrachte vermeldingen.

Het douanekantoor dat wordt verzocht het vervangingscertificaat af te geven, vermeldt op het oorspronkelijke bewijs van oorsprong of op een bijlage erbij het gewicht, het aantal, de aard van de wederverzonden producten en het land van bestemming, evenals het nummer (de nummers) van het overeenkomstige vervangingscertificaat of de overeenkomstige vervangingscertificaten. Dit douanekantoor bewaart het oorspronkelijke bewijs van oorsprong ten minste drie jaar.

4. Wanneer het voor de toepassing van de preferentiële tariefmaatregel zoals bedoeld in lid 1 vereiste bewijs van oorsprong een attest van oorsprong is, wordt het vervangende bewijs van oorsprong door de wederverzender opgesteld in de vorm van een vervangend attest.

Wanneer de totale waarde van de producten van de zending waarvoor een bewijs van oorsprong is opgesteld niet hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, hoeft de wederverzender van delen van de zending geen geregistreerde exporteur te zijn om vervangende attesten van oorsprong op te stellen.

Wanneer de totale waarde van de producten van de zending waarvoor een bewijs van oorsprong is opgesteld hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, moet de wederverzender aan een van de volgende voorwaarden voldoen om vervangende attesten van oorsprong op te stellen:

a) hij moet een geregistreerde exporteur in de Unie zijn en

b) een kopie van het oorspronkelijke attest van oorsprong bij het vervangende attest van oorsprong voegen.