Art. 55 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Algemene regels betreffende het toezicht op het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van goederen

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. Wanneer de Commissie eist dat bepaalde goederen aan toezicht worden onderworpen bij het in het vrije verkeer brengen of bij uitvoer, stelt zij de douaneautoriteiten voordat het toezichtsvereiste van toepassing wordt tijdig in kennis van de GN-codes van deze goederen en van de voor het toezicht vereiste gegevens.

De lijst van gegevens die door de Commissie kan worden geëist voor het toezicht is in bijlage 21-01 opgenomen.

2. Wanneer goederen zijn onderworpen aan toezicht bij het in het vrije verkeer brengen of bij uitvoer, voorzien de douaneautoriteiten de Commissie ten minste eenmaal per week van gegevens over de douaneaangiften voor de betrokken procedure.

Wanneer de goederen overeenkomstig artikel 194, lid 1, van het wetboek zijn vrijgegeven, voorzien de douaneautoriteiten de Commissie onmiddellijk van de gegevens.

3. De Commissie openbaart de door de douaneautoriteiten verstrekte gegevens zoals bedoeld in lid 1 uitsluitend in geaggregeerde vorm en uitsluitend aan bevoegde gebruikers in overeenstemming met artikel 56, lid 2, van deze verordening.

4. Wanneer goederen onder een douaneregeling worden geplaatst op basis van een vereenvoudigde aangifte zoals bedoeld in artikel 166 van het wetboek of door inschrijving in de administratie van de aangever zoals bedoeld in artikel 182 van het wetboek, en de door de Commissie vereiste gegevens waren niet beschikbaar op het tijdstip waarop de goederen overeenkomstig artikel 194, lid 1, van het wetboek zijn vrijgegeven, delen de douaneautoriteiten de Commissie deze informatie onmiddellijk mee na ontvangst van de in overeenstemming met artikel 167 van het wetboek ingediende aanvullende aangifte.

5. Wanneer ontheffing wordt verleend van de verplichting tot indiening van een aanvullende aangifte in overeenstemming met artikel 167, lid 3, van het wetboek of de aanvullende aangifte is ingediend of beschikbaar gemaakt in overeenstemming met artikel 225 van deze verordening, stuurt de vergunninghouder de douaneautoriteiten ten minste eenmaal per maand de door de Commissie vereiste gegevens of vergaren de douaneautoriteiten deze gegevens uit het systeem van de aangever.

De douaneautoriteiten voeren deze gegevens onmiddellijk in het in artikel 56 van deze verordening bedoelde elektronische systeem in.

6. In afwijking van lid 1 van dit artikel is de lijst van gegevens die door de Commissie met het oog op toezicht kan worden geëist, tot de datum waarop de eerste fase van de upgrade van het systeem zoals bedoeld in lid 1 van artikel 56 en van de nationale invoer- en uitvoersystemen zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU wordt uitgerold, opgenomen in bijlage 21-02.