Art. 340 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Voor uitvoer of wederuitvoer vrijgegeven goederen die het douanegebied van de Unie niet verlaten
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
1. Wanneer de voor uitvoer of wederuitvoer vrijgegeven goederen niet langer bestemd zijn om het douanegebied van de Unie te verlaten, deelt de aangever dit onmiddellijk mee aan het douanekantoor van uitvoer.
2. Wanneer de goederen al bij het douanekantoor van uitgang zijn aangebracht, deelt de persoon die de goederen weghaalt bij het douanekantoor van uitgang voor vervoer naar een plaats binnen het douanegebied van de Unie, onverminderd lid 1, het douanekantoor van uitgang mee dat de goederen het douanegebied van de Unie niet zullen verlaten en specificeert hij het MRN van de aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer.
3. Wanneer in de in artikel 329, leden 5, 6 en 7, van deze verordening bedoelde gevallen een wijziging van de vervoersovereenkomst tot gevolg heeft dat douanevervoer dat buiten het douanegebied van de Unie had moeten eindigen binnen dit douanegebied eindigt, kunnen de betrokken bedrijven of autoriteiten de gewijzigde overeenkomst alleen tot uitvoer leggen met voorafgaande overeenstemming van het kantoor van uitgang.
4. In het geval van ongeldigmaking van de aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer overeenkomstig artikel 248 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 informeert het douanekantoor van uitvoer de aangever en het opgegeven douanekantoor van uitgang van deze ongeldigmaking.