Art. 240 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Monsterneming
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
1. Wanneer het douanekantoor besluit monsters te nemen van de goederen, stelt het de aangever daarvan in kennis.
2. Wanneer de aangever weigert aanwezig te zijn wanneer de monsters worden genomen of verzuimt de door de douaneautoriteiten vereiste noodzakelijke bijstand te verrichten, stellen zij een termijn vast voor zijn aanwezigheid of bijstand.
Wanneer de aangever bij het verstrijken van de termijn niet heeft voldaan aan de vereisten van de douaneautoriteiten, gaan de douaneautoriteiten over tot het nemen van de monsters voor risico en op kosten van de aangever.
3. Het nemen van monsters geschiedt door de douaneautoriteiten zelf. Zij kunnen evenwel eisen dat de monsters door de aangever worden genomen, of een beroep doen op een deskundige om onder hun toezicht de monsters te nemen. De deskundige wordt aangewezen in overeenstemming met het recht van de betrokken lidstaat, voor zover er geen bepalingen in de Uniewetgeving gelden.
4. De bij de monsterneming te nemen hoeveelheden zijn niet groter dan noodzakelijk is om de analyse of het grondige onderzoek, met inbegrip van een eventuele volgende analyse, te kunnen verrichten.
5. De bij de monsterneming genomen hoeveelheden kunnen niet op de aangegeven hoeveelheid in mindering worden gebracht.
6. Wanneer het een aangifte tot uitvoer of een aangifte voor passieve veredeling betreft, kan de aangever de als monsters genomen hoeveelheden goederen vervangen door identieke goederen om de zending aan te vullen.