Art. 198 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Verificatie van de voorwaarden voor lijndiensten

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. De douaneautoriteiten van de lidstaten kunnen van de scheepvaartmaatschappij het bewijs eisen dat artikel 120, lid 2, onder c), en d), en lid 3), en artikel 121, leden 1 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 alsmede artikel 197 van deze verordening werden nagekomen.

2. Wanneer een douaneautoriteit vaststelt dat de in lid 1 bedoelde artikelen niet werden nagekomen door de scheepvaartmaatschappij, stelt deze autoriteit onmiddellijk de douaneautoriteiten van de andere lidstaten waar de lijndienst wordt geëxploiteerd hiervan in kennis, met gebruikmaking van het in artikel 10 van deze verordening bedoelde systeem.

Deze autoriteiten treffen de nodige maatregelen. Totdat het systeem DWU Douanebeschikkingen zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU is uitgerold, wordt in plaats van het systeem zoals bedoeld in artikel 10 van deze verordening het elektronische informatie- en communicatiesysteem voor lijndiensten gebruikt.