Art. 186 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Risicoanalyse

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. De risicoanalyse wordt uitgevoerd vóór de aankomst van de goederen bij het douanekantoor van eerste binnenkomst, op voorwaarde dat de summiere aangifte bij binnenbrengen is ingediend binnen de in de artikelen 105 tot en met 109 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde termijnen, tenzij een risico wordt vastgesteld of een aanvullende risicoanalyse moet worden uitgevoerd.

In het geval van in containers vervoerde goederen die over zee in het douanegebied van de Unie zijn gebracht zoals bedoeld in artikel 105, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, voltooien de douaneautoriteiten de risicoanalyse binnen 24 uur na ontvangst van de summiere aangifte bij binnenbrengen of, in de gevallen zoals bedoeld in artikel 127, lid 6, van het douanewetboek, na ontvangst van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen die door de vervoerder zijn ingediend.

In aanvulling op de eerste alinea wordt in het geval van goederen die door de lucht in het douanegebied van de Unie worden gebracht, de risicoanalyse uitgevoerd na ontvangst van de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenbrengen als bedoeld in artikel 106, lid 1, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446.

2. De risicoanalyse wordt, waar nodig, voltooid na de uitwisseling van risicogerelateerde informatie en de resultaten van risicoanalyses zoals bedoeld in artikel 46, lid 5, van het wetboek.

3. Wanneer voor de voltooiing van de risicoanalyse meer informatie over de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen nodig is, wordt deze analyse pas voltooid nadat deze informatie is vertrekt.

Daartoe verzoeken de douaneautoriteiten de indiener van de summiere aangifte bij binnenbrengen om deze informatie, of, indien van toepassing, de persoon die deze gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen heeft ingediend. Wanneer deze persoon niet de vervoerder is, stellen de douaneautoriteiten de vervoerder in kennis, op voorwaarde dat de vervoerder heeft gevraagd in kennis te worden gesteld en toegang heeft tot het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 182 van deze verordening.

4. Wanneer douaneautoriteiten in het geval van goederen die door de lucht in het douanegebied van de Unie worden gebracht, gegronde redenen hebben om te vermoeden dat de zending een bedreiging vormt voor de beveiliging van de luchtvaart, stellen zij de indiener van de summiere aangifte bij binnenbrengen in kennis of, indien van toepassing, de persoon die de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen heeft ingediend en wanneer deze persoon niet de vervoerder is, stellen zij de vervoerder in kennis op voorwaarde dat de vervoerder toegang heeft tot het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 182 van deze verordening en dat de zending is doorgelicht als risicovracht en -post in overeenstemming met punt 6.7.3 van de bijlage bij Besluit C(2010) 774 van de Commissie van 13 april 2010 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart die informatie bevat zoals bedoeld in artikel 18, onder a), van Verordening (EG) nr. 300/2008, voordat de zending aan boord van een luchtvaartuig wordt geladen dat het douanegebied van de Unie tot bestemming heeft. Na de kennisgeving laat die persoon de douaneautoriteiten weten of de zending reeds is doorgelicht, of zij is doorgelicht in overeenstemming met de bovengenoemde eisen en of alle relevante informatie over deze doorlichting is verstrekt. De risicoanalyse wordt pas voltooid nadat deze informatie is verstrekt.

5. Wanneer de risicoanalyse in het geval van in containers vervoerde goederen die over zee in het douanegebied van de Unie zijn gebracht zoals bedoeld in artikel 105, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 of in het geval van goederen die door de lucht in het douanegebied van de Unie zijn gebracht, bij de douaneautoriteiten een redelijk vermoeden doet ontstaan dat het binnenbrengen van de goederen in het douanegebied van de Unie een zodanig ernstig veiligheidsrisico inhoudt dat een onmiddellijk optreden is vereist, stellen de douaneautoriteiten de indiener van de summiere aangifte en, indien dit niet de vervoerder is, de vervoerder ervan in kennis (op voorwaarde dat de vervoerder toegang heeft tot het elektronische systeem zoals bedoeld in artikel 182 van deze verordening) dat de goederen niet mogen worden geladen. Die kennisgeving geschiedt en die informatie wordt verstrekt onmiddellijk na de ontdekking van het relevante risico en, in geval van in containers vervoerde goederen die over zee in het douanegebied van de Unie zijn gebracht, zoals bedoeld in artikel 105, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, binnen de in lid 1, tweede alinea, vastgelegde termijn.

6. Wanneer is vastgesteld dat een zending een zodanige bedreiging vormt dat bij aankomst een onmiddellijk optreden is vereist, gaat het douanekantoor van eerste binnenkomst bij aankomst van de goederen over tot actie.

7. Wanneer een risico is onderkend dat niet een zodanig ernstig veiligheidsrisico vormt dat onmiddellijk optreden is vereist, geeft het douanekantoor van eerste binnenkomst de resultaten van de risicoanalyse inclusief, waar nodig, informatie over de meest geschikte plaats voor het uitvoeren van een controleactie en de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen door aan het douanekantoor dat mogelijk bij de overbrenging van de goederen betrokken is.

8. Wanneer goederen waarvoor, in overeenstemming met artikel 104, lid 1, onder c) tot en met k), onder m) en onder n), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en artikel 104, lid 2, eerste alinea, van die verordening, een ontheffing van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij binnenbrengen wordt verleend, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, wordt de risicoanalyse bij het aanbrengen van de goederen uitgevoerd op basis van de aangifte tot tijdelijke opslag of de douaneaangifte voor deze goederen, indien deze beschikbaar zijn.

9. Bij de douane aangebrachte goederen kunnen voor een douaneregeling worden vrijgegeven zodra de risicoanalyse is uitgevoerd en de resultaten van de risicoanalyse en, in voorkomend geval, de maatregelen die zijn genomen, dit mogelijk maken.

10. De risicoanalyse wordt ook uitgevoerd als de gegevens van de summiere aangifte voor binnenbrengen in overeenstemming met artikel 129 van het wetboek zijn gewijzigd. In dat geval wordt de risicoanalyse onmiddellijk na ontvangst van de gegevens voltooid, tenzij onmiddellijk na ontvangst van de gegevens een risico wordt vastgesteld of een aanvullende risicoanalyse moet worden uitgevoerd.