Art. 143 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Methode van de berekende waarde
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
1. Voor de toepassing van artikel 74, lid 2, onder d), van het wetboek kunnen de douaneautoriteiten voor het vaststellen van de douanewaarde geen enkele persoon die niet in het douanegebied van de Unie is gevestigd oproepen of dwingen om ter controle boekhoudkundige rekeningen of andere documenten over te leggen.
2. Onder de kosten of de waarde van de materialen en van de vervaardiging zoals bedoeld in artikel 74, lid 2, onder d), i), van het wetboek zijn begrepen de kosten van de elementen zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, onder a), ii) en iii), van het wetboek. Daaronder vallen ook de omgeslagen kosten van in artikel 71, lid 1, onder b), van het wetboek omschreven producten of diensten die door de koper (direct of indirect) zijn geleverd om te worden gebruikt bij de productie van de te waarderen goederen. De waarde van de in artikel 71, lid 1, onder b), iv), van het wetboek genoemde elementen die in de Unie zijn verricht of vervaardigd, wordt slechts opgenomen voor zover deze elementen in rekening worden gebracht aan de producent.
3. De kosten van de productie omvatten alle uitgaven die het scheppen, uitbreiden of aanzienlijk verbeteren van economische goederen met zich brengen. Zij omvatten tevens de in artikel 71, lid 1, onder b), ii) en iii), van het wetboek genoemde kosten.
4. De in artikel 74, lid 2, onder d), ii), van het wetboek genoemde bedrijfskosten omvatten de directe en indirecte kosten van de productie en de verkoop voor uitvoer van de goederen, voor zover deze kosten niet zijn inbegrepen krachtens artikel 74, lid 2, onder d), i), van het wetboek.