Art. 102 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Algemene beginselen en door de aangever te treffen voorzorgsmaatregelen

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. Wanneer een aangever om preferentiële behandeling in het kader van het SAP-stelsel verzoekt, verwijst hij naar het attest van oorsprong in de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen. Om naar het attest van oorsprong te verwijzen, vermeldt hij de datum van afgifte volgens het format jjjjmmdd, waarbij jjjj het jaartal, mm de maand en dd de dag is. Wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de zending hoger is dan 6 000 EUR, vermeldt de aangever tevens het nummer van geregistreerde exporteur.

2. Wanneer de aangever in overeenstemming met lid 1 om toepassing van het SAP-stelsel verzoekt, zonder dat hij ten tijde van de aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer in het bezit was van een attest van oorsprong, wordt deze aangifte als onvolledig beschouwd in de zin van artikel 166 van het wetboek en dienovereenkomstig behandeld.

3. Voordat goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven, ziet de aangever erop toe dat zij in overeenstemming zijn met de voorschriften in deze onderafdeling, onderverdelingen 3 tot en met 9 van deze afdeling en de onderafdelingen 2 en 3 van titel II, hoofdstuk 1, afdeling 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, met name door:

a) op de openbare website na te gaan of de exporteur in het REX-systeem is opgenomen, wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de zending hoger is dan 6 000 EUR, en

b) te controleren dat het attest van oorsprong in overeenstemming met bijlage 22-07 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 is opgesteld.