Art. 8, Termijn voor het recht om te worden gehoord

1. De termijn waarbinnen de aanvrager zijn standpunt kenbaar kan maken voordat een voor hem ongunstige beschikking wordt gegeven, bedraagt 30 dagen.

2. Niettegenstaande lid 1 kunnen de douaneautoriteiten, wanneer de beschikking betrekking heeft op de resultaten van de controle van goederen waarvoor geen summiere aangifte, aangifte tot tijdelijke opslag, aangifte tot wederuitvoer of douaneaangifte is ingediend, eisen dat de betrokkene zijn standpunt kenbaar maakt binnen 24 uur.

Uitspraken die dit artikel aanhalen