Art. 138, Goederen die worden geacht te zijn aangegeven voor het vrije verkeer overeenkomstig artikel 141
De volgende goederen worden geacht te zijn aangegeven voor het vrije verkeer overeenkomstig artikel 141 wanneer er geen aangifte op andere wijze is gedaan:
a) goederen zonder handelskarakter in de persoonlijke bagage van reizigers, die in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten krachtens artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 dan wel als terugkerende goederen;
b) goederen zoals bedoeld in artikel 135, lid 1, onder c) en d);
c) vervoermiddelen die in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten als terugkerende goederen overeenkomstig artikel 203 van het wetboek;
d) draagbare muziekinstrumenten die worden wederingevoerd door reizigers en die in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten als terugkerende goederen overeenkomstig artikel 203 van het wetboek;
e) brievenpost;
f) goederen in een postzending, die in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten krachtens de artikelen 23 tot en met 27 van Verordening (EG) nr. 1186/2009.