Art. 129 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Douanestatus van producten van de zeevisserij en uit deze producten verkregen goederen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

Om te bewijzen dat de in artikel 119, lid 1, onder d) en e), genoemde producten en goederen de douanestatus van Uniegoederen hebben, dient te worden vastgesteld dat deze goederen rechtstreeks zijn vervoerd naar het douanegebied van de Unie op een van de volgende wijzen:

a) door het EU-vissersvaartuig dat de producten heeft gevangen en, indien van toepassing, heeft verwerkt;

b) door een EU-vissersvaartuig na overlading van de producten uit het onder a) bedoelde vaartuig;

c) door het EU-fabrieksschip dat de producten heeft verwerkt na overlading uit het onder a) bedoelde vaartuig;

d) door elk ander vaartuig na overlading van de genoemde producten en goederen uit de onder a), b) of c) bedoelde vaartuigen, zonder dat zij enige verdere behandeling hebben ondergaan;

e) door een ander vervoermiddel onder dekking van een enkel vervoersdocument dat is opgesteld in het niet tot het douanegebied van de Unie behorende land of gebied waar de producten of goederen uit de onder a), b), c) of d) bedoelde vaartuigen zijn aangeland.