Art. 32 Verordening (EU) 2015/2365, Wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012
Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt als volgt gewijzigd:
1) In artikel 2 wordt punt 7) vervangen door:
„7) „otc-derivaat” of „otc-derivatencontract”: een derivatencontract waarvan de uitvoering niet plaatsvindt op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14), van Richtlijn 2004/39/EG, of op een markt van een derde land die overeenkomstig artikel 2 bis van deze verordening wordt geacht gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt;”.
2) Het volgende artikel wordt ingevoegd:
„Artikel 2 bis
Gelijkwaardigheidsbesluiten voor de toepassing van de definitie van otc-derivaat
1. Voor de toepassing van artikel 2, punt 7), van deze verordening, wordt een markt van een derde land geacht gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14), van Richtlijn 2004/39/EG mits zij voldoet aan juridisch bindende voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de in titel III van die richtlijn vastgelegde voorschriften en zij in dat derde land doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving is onderworpen, als door de Commissie geconstateerd overeenkomstig de in lid 2 van dit artikel bedoelde procedure.
2. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij voor de toepassing van lid 1 wordt geconstateerd dat een markt van een derde land voldoet aan juridisch bindende voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de in titel III van Richtlijn 2004/39/EG vastgelegde voorschriften, en in dat derde land doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen is.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 86, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.
3. De Commissie en de ESMA maken op hun respectieve websites een lijst bekend van de markten die overeenkomstig de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandeling als gelijkwaardig moeten worden beschouwd. Deze lijst wordt periodiek bijgewerkt.”.
3) In artikel 81 wordt lid 3 vervangen door:
„3. Een transactieregister stelt de nodige informatie ter beschikking van de volgende entiteiten teneinde hen in staat te stellen hun taken en opdrachten te vervullen:
a) de ESMA;
b) de EBA;
c) de EIOPA;
d) het ESRB;
e) de bevoegde autoriteit die toezicht houdt op CTP’s die toegang hebben tot de transactieregisters;
f) de bevoegde autoriteit die toezicht houdt op de handelsplatforms van de gerapporteerde contracten;
g) de relevante leden van het ESCB, met inbegrip van de ECB bij de uitoefening van haar taken in het kader van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (*1);
h) de relevante autoriteiten van een derde land dat met de Unie een internationale overeenkomst als bedoeld in artikel 75 heeft gesloten;
i) toezichthoudende autoriteiten die uit hoofde van artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad (*2) zijn aangewezen;
j) de relevante effecten- en marktautoriteiten van de Unie wier respectieve taken en opdrachten inzake toezicht betrekking hebben op contracten, markten, deelnemers en onderliggende waarden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;
k) de relevante autoriteiten van een derde land die met de ESMA een samenwerkingsregeling als bedoeld in artikel 76 hebben gesloten;
l) het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulatoren opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad (*3);
m) de afwikkelingsautoriteiten die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (*4);
n) de bij Verordening (EU) nr. 806/2014 ingestelde gemeenschappelijke afwikkelingsraad;
o) bevoegde autoriteiten of nationale bevoegde autoriteiten in de zin van de Verordeningen (EU) nr. 1024/2013 en (EU) nr. 909/2014 en de Richtlijnen 2003/41/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU en 2014/65/EU, en toezichthoudende autoriteiten in de zin van Richtlijn 2009/138/EG;
p) de overeenkomstig artikel 10, lid 5, van deze verordening aangewezen bevoegde autoriteiten.
(*1) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63)."
(*2) Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12)."
(*3) Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1)."
(*4) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).”."