Art. 16 Verordening (EU) 2015/2365, Aanwijzing en bevoegdheden van bevoegde autoriteiten
1. Voor de toepassing van deze verordening zijn bevoegde autoriteiten:
a) voor financiële tegenpartijen, bevoegde autoriteiten of nationale bevoegde autoriteiten in de zin van de Verordeningen (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 1024/2013 en (EU) nr. 909/2014 en de Richtlijnen 2003/41/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU en 2014/65/EU en de toezichthoudende autoriteiten in de zin van Richtlijn 2009/138/EG;
b) voor niet-financiële tegenpartijen, de overeenkomstig artikel 10, lid 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012 aangewezen bevoegde autoriteiten;
c) voor de toepassing van de artikelen 13 en 14 van deze verordening betreffende icbe-beheermaatschappijen en icbe-beleggingsmaatschappijen, de overeenkomstig artikel 97 van Richtlijn 2009/65/EG aangewezen bevoegde autoriteiten, en
d) voor de toepassing van de artikelen 13 en 14 van deze verordening betreffende abi-beheerders, de overeenkomstig artikel 44 van Richtlijn 2011/61/EU aangewezen bevoegde autoriteiten.
2. De bevoegde autoriteiten oefenen de bevoegdheden uit die hun overeenkomstig de in lid 1 bedoelde bepalingen zijn verleend, en houden toezicht op de nakoming van de in deze verordening neergelegde verplichtingen.
3. De in lid 1, onder c) en d), van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten monitoren de op hun grondgebied gevestigde icbe-beheermaatschappijen, icbe-beleggingsmaatschappijen en abi-beheerders om zich ervan te vergewissen dat deze geen SFT’s of totale-opbrengstenswaps gebruiken, tenzij deze icbe’s en abi’s de artikelen 13 en 14 in acht nemen.