Art. 82 Verordening (EU) 2015/1222, Monitoring van de tenuitvoerlegging van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling

Verordening (EU) 2015/1222

1. De entiteit of de entiteiten die de MCO-functies uitoefenen, worden gemonitord door de regulerende instanties of relevante autoriteiten van het grondgebied waarop zij zijn gevestigd. Andere regulerende instanties of relevante autoriteiten en het Agentschap dragen, waar dit adequaat is, bij tot de monitoring. De regulerende instanties of relevante autoriteiten die als eersten verantwoordelijk zijn voor de monitoring van een NEMO en de MCO-functies, werken nauw samen met en geven toegang tot informatie aan andere regulerende instanties en het Agentschap teneinde een passende monitoring van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling overeenkomstig artikel 38 van Richtlijn 2009/72/EG te waarborgen.

2. De monitoring van de tenuitvoerlegging van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling door het ENTSO voor elektriciteit overeenkomstig artikel 8, lid 8, van Verordening (EG) nr. 714/2009 heeft met name betrekking op de volgende aspecten:

a) de voortgang van en eventuele problemen bij de uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling, inclusief de keuze van de verschillende beschikbare opties in elk land;

b) de voorbereiding van het verslag inzake capaciteitsberekening en -toewijzing, overeenkomstig artikel 31, lid 1;

c) de efficiëntie van de huidige biedzoneconfiguratie in coördinatie met het Agentschap, overeenkomstig artikel 34;

d) de doeltreffendheid van de werking van het prijskoppelingsalgoritme en het continumatchingalgoritme in samenwerking met de NEMO's, overeenkomstig artikel 37, lid 6;

e) de doeltreffendheid van het criterium betreffende de raming van de waarde van de verloren last, overeenkomstig de artikel 41, lid 1, en artikel 54, lid 1, en

f) de evaluatie van de methodologie voor de berekening van geplande uitwisselingen resulterend uit de eenvormige day-aheadkoppeling, overeenkomstig artikel 43, lid 4.

3. Binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening dient het ENTSO voor elektriciteit bij het Agentschap ter advies een monitoringsplan in dat ook betrekking heeft op de in te dienen verslagen en actualiseringen overeenkomstig lid 2.

4. Binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stelt het Agentschap, in samenwerking met het ENTSO voor elektriciteit, een lijst op van de relevante gegevens die door het ENTSO voor elektriciteit aan het Agentschap moeten worden medegedeeld overeenkomstig artikel 8, lid 9, en artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 714/2009. De lijst van relevante gegevens kan worden geactualiseerd. Het ENTSO voor elektriciteit houdt een alomvattend digitaal gegevensarchief in gestandaardiseerd formaat bij met de voor het Agentschap vereiste gegevens.

5. Alle TSB's zenden het ENTSO voor elektriciteit de informatie toe die vereist is om de taken overeenkomstig de leden 2 en 4 uit te voeren.

6. De NEMO's, marktdeelnemers en andere relevante organisaties met betrekking tot eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling dienen, op gezamenlijk verzoek van ENTSO voor elektriciteit en het Agentschap, bij het ENTSO voor elektriciteit de informatie in die vereist is voor de monitoringstaak overeenkomstig de leden 2 en 4, behalve wat de informatie betreft die door de regulerende instanties, het Agentschap of ENTSO voor elektriciteit reeds is ontvangen in de context van hun respectieve taken ter monitoring van de tenuitvoerlegging.