Art. 29 Verordening (EU) 2015/1222, Regionale berekening van de zoneoverschrijdende capaciteit
1. Voor elk capaciteitsberekeningstijdsbestek verstrekt elke TSB de gecoördineerde capaciteitscalculatoren en alle overige TSB's in de capaciteitsberekeningsregio informatie over de volgende items: operationele veiligheidsgrenzen, veranderingssleutels betreffende opwekking, remediërende maatregelen, betrouwbaarheidsmarges, toewijzingsbeperkingen en in het verleden toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit.
2. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator voert een analyse van de operationele veiligheid uit met toepassing van de operationele veiligheidsgrenzen, waarbij gebruik wordt gemaakt van het gemeenschappelijk netwerkmodel dat voor elk scenario is gecreëerd overeenkomstig artikel 28, lid 5.
3. Bij de berekening van de zoneoverschrijdende capaciteit doet elke gecoördineerde capaciteitscalculator het volgende:
a) hij gebruikt veranderingssleutels betreffende opwekking om het effect van veranderingen in de nettoposities van de biedzone en van stromen in gelijkstroomlijnen te berekenen;
b) hij negeert de kritische netwerkelementen die niet op significante wijze zijn beïnvloed door veranderingen in de nettoposities van de biedzone overeenkomstig de in artikel 21 uiteengezette methodologie, en
c) hij zorgt ervoor dat alle reeksen biedzonenettoposities en stromen in gelijkstroomlijnen die de zoneoverschrijdende capaciteit niet overschrijden, voldoen aan de betrouwbaarheidsmarges en operationele veiligheidsgrenzen overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a), i) en ii), en houdt rekening met de in het verleden toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), iii).
4. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator optimaliseert de zoneoverschrijdende capaciteit met behulp van de beschikbare remediërende maatregelen, waarmee bij de capaciteitsberekening rekening is gehouden overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a), iv).
5. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator past de verdelingsregels toe die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), vi).
6. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator neemt de wiskundige beschrijving van de gehanteerde capaciteitsberekeningsaanpak in acht die is vastgesteld overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), i).
7. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator die de stroomgebaseerde aanpak hanteert:
a) gebruikt gegevens inzake operationele veiligheidsgrenzen om de maximumstromen in kritische netwerkelementen te berekenen;
b) gebruikt het gemeenschappelijk netwerkmodel, veranderingssleutels betreffende opwekking en onvoorziene gebeurtenissen om de vermogensoverdrachtverdelingsfactoren te berekenen;
c) gebruikt de vermogensoverdrachtverdelingsfactoren om de stromen resulterend uit in het verleden toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit in de capaciteitsberekeningsregio te berekenen;
d) berekent de stromen in kritische netwerkelementen voor elk scenario (rekening houdend met onvoorziene gebeurtenissen) en past die aan, uitgaande van de veronderstelling dat er geen zoneoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit binnen de capaciteitsberekeningsregio is, met gebruikmaking van de overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), ii), vastgestelde regels om ongeoorloofde discriminatie tussen interne en zoneoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit te voorkomen;
e) berekent, rekening houdend met onvoorziene gebeurtenissen, de beschikbare marges in kritische netwerkelementen die gelijk zijn aan de maximumstromen verminderd met de onder d) bedoelde aangepaste stromen, de betrouwbaarheidsmarges en de stromen resulterend uit de in het verleden toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit;
f) past de beschikbare marges in kritische netwerkelementen of de vermogensoverdrachtverdelingsfactoren aan met gebruikmaking van de beschikbare remediërende maatregelen waarmee bij de capaciteitsberekening overeenkomstig artikel 25 rekening moet worden gehouden.
8. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator die de gecoördineerde nettotransmissiecapaciteitsaanpak hanteert:
a) gebruikt het gemeenschappelijk netwerkmodel, de veranderingssleutels betreffende opwekking en de onvoorziene gebeurtenissen voor de berekening van de maximale uitwisseling van elektriciteit aan biedzonegrenzen, die gelijk is aan de maximale berekende uitwisseling tussen twee biedzones aan beide zijden van de biedzonegrens, met inachtneming van de operationele veiligheidsgrenzen;
b) past de maximale uitwisseling van elektriciteit aan met gebruikmaking van de remediërende maatregelen waarmee bij de capaciteitsberekening overeenkomstig artikel 25 rekening is gehouden;
c) past de maximale uitwisseling van elektriciteit aan met gebruikmaking van de regels voor het voorkomen van ongeoorloofde discriminatie tussen interne en zoneoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), ii);
d) past de in artikel 21, lid 1, onder b), vi), bedoelde regels toe voor het op efficiënte wijze delen van de elektriciteitsstroomcapaciteiten van kritische netwerkelementen tussen verschillende biedzonegrenzen;
e) berekent de zoneoverschrijdende capaciteit, die gelijk is aan de maximale uitwisseling van elektriciteit, aangepast voor de betrouwbaarheidsmarge en de in het verleden toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit.
9. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator werkt samen met de naburige gecoördineerde capaciteitscalculatoren. Naburige TSB's waarborgen een dergelijke samenwerking door de uitwisseling en bevestiging van informatie inzake onderlinge afhankelijkheid met de relevante regionale gecoördineerde capaciteitscalculatoren, voor de doeleinden van capaciteitsberekening en -validatie. Naburige TSB's verstrekken vóór de capaciteitsberekening aan de gecoördineerde capaciteitscalculatoren informatie over de onderlinge afhankelijkheid. Een evaluatie van de accuraatheid van deze informatie en de corrigerende maatregelen wordt waar passend opgenomen in het overeenkomstig artikel 31 opgestelde tweejaarlijks verslag.
10. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator:
a) stelt stroomgebaseerde parameters vast voor elke biedzone binnen de capaciteitsberekeningsregio, indien zij de stroomgebaseerde aanpak gebruikt, of
b) stelt zoneoverschrijdende-capaciteitswaarden vast voor elke biedzonegrens binnen de capaciteitsberekeningsregio, indien zij de gecoördineerde nettotransmissiecapaciteitsaanpak gebruikt.
11. Elke gecoördineerde capaciteitscalculator zendt, ter validatie overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder c), informatie over de zoneoverschrijdende capaciteit toe aan elke TSB binnen de desbetreffende capaciteitsberekeningsregio.