Art. 20 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63, Overgangsbepalingen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63

1. Ingeval de informatie die voor een in bijlage II vermelde specifieke indicator is vereist, niet in de in artikel 14 bedoelde, toepasselijke toezichtrapportagevereisten voor het referentiejaar is opgenomen, is die risico-indicator niet van toepassing totdat het desbetreffende toezichtrapportagevereiste van toepassing wordt. Het gewicht van de overige beschikbare risico-indicatoren wordt evenredig aan hun in artikel 7 vastgestelde gewicht aangepast zodat de som van hun gewichten gelijk is aan 1. Ingeval in 2015 enigerlei van de overeenkomstig artikel 16 vereiste informatie niet tegen 31 januari beschikbaar is voor het depositogarantiestelsel om het in artikel 4, lid 2, bedoelde jaarlijkse streefbedrag of de in artikel 5 bedoelde jaarlijkse basisbijdrage van elke instelling te berekenen, verstrekken de desbetreffende kredietinstellingen, na een kennisgeving van het depositogarantiestelsel te hebben ontvangen, die informatie tegen die datum aan de afwikkelingsautoriteiten. Wat de in 2015 te betalen bijdragen betreft, stellen de afwikkelingsautoriteiten, in afwijking van artikel 13, lid 1, uiterlijk op 30 november 2015 elke instelling in kennis van hun besluit tot vaststelling van de door hen te betalen jaarlijkse bijdrage.

2. Wat de in 2015 te betalen bijdragen betreft, wordt het bedrag dat uit hoofde van het in artikel 13, lid 3, bedoelde besluit verschuldigd is, in afwijking van artikel 13, lid 4, uiterlijk op 31 december 2015 betaald.

3. Wat de in 2015 aan de afwikkelingsautoriteit te verstrekken informatie betreft, wordt, in afwijking van artikel 14, lid 4, de in genoemde bepaling bedoelde informatie uiterlijk op 1 september 2015 verstrekt.

4. In afwijking van artikel 16, lid 1, verstrekken de depositogarantiestelsels de afwikkelingsautoriteit uiterlijk op 1 september 2015 de informatie over het bedrag van de gedekte deposito's per 31 juli 2015.

5. Tot aan het einde van de in artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) nr. 806/2014 bedoelde initiële periode kunnen de lidstaten instellingen waarvan de totale passiva, minus eigen vermogen en gedekte deposito's, meer dan 300 000 000 EUR bedragen en waarvan de totale activa ten hoogste 3 000 000 000 EUR belopen, toestaan een forfaitair bedrag van 50 000 EUR voor de eerste 300 000 000 EUR van de totale passiva, minus eigen vermogen en gedekte deposito's, te betalen. Voor de totale passiva, minus eigen vermogen en gedekte deposito's, boven 300 000 000 EUR dragen die instellingen bij in overeenstemming met de artikelen 4 tot en met 9 van deze verordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen