Art. 335 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Methode 1: bepaling van de geconsolideerde gegevens

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

1. De geconsolideerde gegevens voor de berekening van de groepssolvabiliteit volgens methode 1 omvatten alle volgende elementen:

(a) de volledige consolidatie van gegevens van alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen, verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings en ondernemingen die nevendiensten verrichten, welke dochterondernemingen van de moederonderneming zijn;

(b) de volledige consolidatie van gegevens van special purpose vehicles waaraan de deelnemende onderneming of één van haar dochterondernemingen risico heeft overgedragen en die overeenkomstig artikel 329, lid 3, niet van de reikwijdte van de berekening van de groepssolvabiliteit zijn uitgesloten;

(c) de evenredige consolidatie van gegevens van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen, de verzekeringsholdings, de gemengde financiële holdings en de ondernemingen die nevendiensten verrichten, welke gezamenlijk worden beheerd door een onder a) bedoelde onderneming en een of meer niet onder a) bedoelde ondernemingen, waarbij de verantwoordelijkheid van die ondernemingen beperkt is tot hun aandeel in het kapitaal;

(d) op basis van de aangepaste vermogensmutatiemethode in overeenstemming met artikel 13, lid 3, bepaalde gegevens van alle deelnemingen in verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings die geen dochteronderneming van de moederonderneming zijn en die niet onder de punten a) en c) vallen;

(e) het overeenkomstig de desbetreffende sectorale voorschriften berekende proportionele deel van het eigen vermogen van de ondernemingen, als bedoeld in artikel 2, lid 7, van Richtlijn 2002/87/EG, met betrekking tot deelnemingen in verbonden ondernemingen zijnde kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en financiële instellingen, beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, icbe-beheermaatschappijen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en niet-gereglementeerde ondernemingen die financiële activiteiten uitoefenen;

(f) overeenkomstig artikel 13 van deze verordening, gegevens van alle andere verbonden ondernemingen, met inbegrip van ondernemingen die nevendiensten verrichten, dan de onder a) tot en met e) bedoelde ondernemingen.

2. In afwijking van lid 1, onder d), worden gegevens van verbonden ondernemingen die door een in artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde relatie met elkaar zijn verbonden, overeenkomstig de eerste alinea, onder a), c), d), e), of f), opgenomen op basis van de bepaling door de groepstoezichthouder van het in artikel 221, lid 2, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde proportionele deel.

3. Voor de berekening van het geconsolideerde eigen vermogen van de groep mogen de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens geen intragroeptransacties omvatten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen