Art. 26 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Gedrag van verzekeringnemers

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

Bij het bepalen van de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele clausules, met inbegrip van verval- en afkoopclausules, zullen uitoefenen, gaan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen over tot een analyse van het in het verleden door verzekeringnemers vertoonde gedrag en tot een prospectieve beoordeling van het verwachte gedrag van verzekeringnemers. Bij deze analyse wordt rekening gehouden met alle volgende elementen:

(a) hoe gunstig de uitoefening van de clausules was en zal zijn voor de verzekeringnemers onder de omstandigheden die op het moment van de uitoefening van de clausule heersen;

(b) de invloed van economische omstandigheden in het verleden en in de toekomst;

(c) de invloed van eerdere en toekomstige beheeractiviteiten;

(d) alle andere omstandigheden die waarschijnlijk van invloed zullen zijn op de beslissing van verzekeringnemers om de clausule al dan niet uit te oefenen.

De waarschijnlijkheid wordt pas geacht los te staan van de onder a) tot en met d) genoemde elementen wanneer er empirisch bewijs is tot onderbouwing van een dergelijke aanname.

Vorige artikelen

Volgende artikelen