Art. 209 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Kwalitatieve criteria

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

1. Bij het berekenen van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste houden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met risicolimiteringstechnieken als bedoeld in artikel 101, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG alleen rekening indien aan alle volgende kwalitatieve criteria is voldaan:

(a) de contractuele regelingen en cessie van risico zijn wettelijk van kracht en afdwingbaar in alle betrokken rechtsgebieden;

(b) de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft alle passende stappen gedaan om te zorgen voor de effectiviteit van de regeling en om de risico's in verband met die regeling aan te pakken;

(c) de verzekerings- of herverzekeringsonderneming is in staat de effectiviteit van de regeling en de gerelateerde risico's voortdurend te controleren;

(d) de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft bij wanbetaling, insolventie of faillissement van een tegenpartij of een andere kredietgebeurtenis als vastgesteld in de transactiedocumentatie voor de regeling een directe vordering op die tegenpartij;

(e) er vindt geen dubbeltelling plaats van risicolimiteringseffecten bij het eigen vermogen en bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste of binnen de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

2. In het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste wordt alleen volledig rekening gehouden met risicolimiteringstechnieken die ten minste gedurende de volgende 12 maanden van kracht zijn en die aan de kwalitatieve criteria als vastgesteld in deze afdeling voldoen. In alle andere gevallen wordt het risicolimiteringseffect van risicolimiteringstechnieken die gedurende een periode korter dan 12 maanden van kracht zijn en die aan de kwalitatieve criteria als vastgesteld in deze afdeling voldoen in het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking genomen in verhouding tot de betrokken volledige termijn van de risicoblootstelling of de termijn dat de risicolimiteringstechniek van kracht is als deze korter is.

3. Indien contractuele regelingen die gelden voor de risicolimiteringstechnieken gedurende een periode korter dan de volgende 12 maanden van kracht zijn en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voornemens is die risicolimiteringstechniek bij de afloop ervan door een soortgelijke regeling te vervangen, wordt in het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste met de risicolimiteringstechniek volledig rekening gehouden mits aan alle volgende kwalitatieve criteria is voldaan:

(a) de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft een schriftelijk vastgelegde gedragslijn betreffende de vervanging van die risicolimiteringstechniek;

(b) de vervanging van de risicolimiteringstechniek vindt niet vaker dan om de drie maanden plaats;

(c) de vervanging van de risicolimiteringstechniek is niet afhankelijk van enige toekomstige gebeurtenis waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming geen controle heeft. Indien de vervanging van de risicolimiteringstechniek afhankelijk is van enige toekomstige gebeurtenis waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming controle heeft, moeten de voorwaarden duidelijk worden gedocumenteerd in de schriftelijk vastgelegde gedragslijn als bedoeld in punt a);

(d) de vervanging van de risicolimiteringstechniek is realistisch op basis van vervangingen die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming eerder zijn uitgevoerd en en is in overeenstemming met haar huidige bedrijfspraktijk en bedrijfsstrategie;

(e) het risico dat de risicolimiteringstechniek niet kan worden vervangen wegens een gebrek aan liquiditeit in de markt is niet materieel;

(f) het risico dat de kosten van vervanging van de risicolimiteringstechniek gedurende de volgende 12 maanden toenemen, wordt in het solvabiliteitskapitaalvereiste weergegeven;

(g) de vervanging van de risicolimiteringstechniek zou niet in strijd zijn met vereisten die gelden voor toekomstige managementacties als vastgesteld in artikel 23, lid 5.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen