Art. 28 Richtlijn (EU) 2015/849
De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst (voor op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures) en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst (voor bijkantoren en dochters) kunnen oordelen dat een meldingsplichtige entiteit de krachtens de artikelen 26 en 27 vastgestelde bepalingen via haar groepsprogramma naleeft, indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de meldingsplichtige entiteit verlaat zich op informatie verstrekt door een derde die deel uitmaakt van dezelfde groep;
b) die groep past cliëntenonderzoeksmaatregelen, regels inzake bewaring van bewijsstukken en programma's ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering toe overeenkomstig deze richtlijn of gelijkwaardige regels;
c) op de effectieve uitvoering van de onder b) bedoelde voorschriften wordt op groepsniveau toezicht uitgeoefend door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of van het derde land.