Art. 12 Richtlijn (EU) 2015/849
1. In afwijking van artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), en artikel 14 en op basis van een passende risicobeoordeling die een laag risico aantoont, kan een lidstaat meldingsplichtige entiteiten toestaan bepaalde cliëntenonderzoeksmaatregelen met betrekking tot elektronisch geld niet toe te passen, indien alle volgende risicobeperkende voorwaarden vervuld zijn:
a) het betalingsinstrument kan niet heropgeladen worden, of heeft een maandelijkse betalingstransactielimiet van 250 EUR die enkel kan worden gebruikt in die ene lidstaat;
b) het elektronisch opgeslagen bedrag bedraagt niet meer dan 250 EUR;
c) het betalingsinstrument wordt uitsluitend gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;
d) op het betalingsinstrument kan geen bedrag worden bijgeschreven met anoniem elektronisch geld;
e) de uitgever voert een monitoring van de transacties of de zakelijke relatie uit die toereikend is voor het opsporen van ongebruikelijke of verdachte transacties.
Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea, kan een lidstaat deze limiet verhogen tot 500 EUR voor betalingsinstrumenten die uitsluitend in die lidstaat kunnen worden gebruikt.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwijking waarin lid 1 voorziet niet van toepassing is in geval van terugbetaling in contanten of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld indien het terug te betalen bedrag hoger is dan 100 EUR.