Art. 28 Verordening (EU) nr. 1286/2014

Verordening (EU) nr. 1286/2014

1. De bevoegde autoriteiten stellen doeltreffende mechanismen in om het melden van daadwerkelijke of potentiële inbreuken op deze verordening aan hen mogelijk te maken.

2. De in lid 1 bedoelde mechanismen omvatten ten minste:

a) specifieke procedures voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen van daadwerkelijke of potentiële inbreuken;

b) passende regelingen ter bescherming van werknemers die melding doen van inbreuken die bij hun werkgever hebben plaatsgevonden, tegen op zijn minst vergelding, discriminatie en andere soorten onbillijke behandeling;

c) bescherming, in elke procedurefase, van de identiteit van zowel de persoon die de inbreuken meldt, als de voor een inbreuk verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, tenzij openbaarmaking krachtens het nationale recht is vereist in het kader van verder onderzoek of een daarop volgende gerechtelijke procedure.

3. De lidstaten kunnen bepalen dat de bevoegde autoriteiten krachtens het nationale recht aanvullende mechanismen kunnen instellen.

4. De lidstaten kunnen van werkgevers die zich bezighouden met vanuit het oogpunt van financiële diensten gereglementeerde activiteiten verlangen passende procedures in te stellen die hun werknemers in staat stellen daadwerkelijke of potentiële inbreuken intern via een specifiek, onafhankelijk en autonoom kanaal te melden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen