Art. 41 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, Overgangsbepalingen
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014
1. Wanneer een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1290/2005 geaccrediteerd betaalorgaan verantwoordelijk wordt voor uitgaven waarvoor het eerder niet verantwoordelijk was, wordt het uiterlijk op 1 januari 2015 voor de nieuwe verantwoordelijkheden geaccrediteerd.
2. De in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1106/2010 vermelde maatregelen zijn niet aan het bij titel V, hoofdstuk III, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 ingestelde stelsel van controles onderworpen voor zover deze controles betrekking hebben op uitgaven vóór het begrotingsjaar 2014.
3. Wanneer in specifieke wetgeving wordt verwezen naar primaire, secundaire of ondergeschikte eisen als bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012, is artikel 23, leden 2, 3 en 4, van de onderhavige verordening van toepassing.
4. Voor de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde plattelandsontwikkelingsprogramma’s geldt het volgende:
a) artikel 38, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 is van toepassing op de vastleggingen die uiterlijk op 31 december van het tweede jaar na het jaar van vastlegging niet zijn gebruikt. In artikel 38 van die verordening worden de verwijzingen naar jaar N+3 beschouwd als verwijzingen naar jaar N+2;
b) de Commissie verricht overeenkomstig artikel 36, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 alleen tussentijdse betalingen indien er geen overschrijding heeft plaatsgevonden van de totale bijdrage uit het Elfpo die voor elk van de prioritaire zwaartepunten voor de gehele looptijd van het betrokken programma is toegekend;
c) voor de toepassing van de artikelen 37 en 38 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 is de einddatum van de subsidiabiliteit van de uitgaven die welke is vastgesteld in artikel 71, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.
5. Voor de toepassing van artikel 54, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 wordt voor de in artikel 6, onder h), van Verordening (EG) nr. 885/2006 bedoelde gevallen die aan de Commissie zijn of moeten worden gemeld en die betrekking hebben op de begrotingsjaren 2013 en 2014, uitgegaan van het begrotingsjaar van het eerste proces-verbaal over de onregelmatigheid in de zin van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1290/2005. Voor de gevallen waarvoor vóór 16 oktober 2014 geen eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal over de onregelmatigheid is opgesteld, zijn de bepalingen van artikel 54, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van toepassing.
Wat het Elfpo betreft, zijn voor de goedkeuring van de rekeningen overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 de bepalingen van artikel 54, lid 2, van die verordening van toepassing vanaf de goedkeuring van de rekeningen voor begrotingsjaar 2014.