Art. 14 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014, Monitoring- en evaluatiesysteem

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014

1. Het in artikel 67 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde gemeenschappelijke monitoring- en evaluatiesysteem omvat de volgende elementen:

a) een interventielogica die de interacties tussen prioriteiten, aandachtsgebieden en maatregelen laat zien;

b) een reeks gemeenschappelijke context-, resultaat- en outputindicatoren, met inbegrip van indicatoren ter vaststelling van gekwantificeerde doelstellingen voor aandachtsgebieden op het gebied van plattelandsontwikkeling en een reeks vooraf bepaalde indicatoren voor de evaluatie van de prestaties;

c) gemeenschappelijke evaluatievragen, zoals beschreven in bijlage V;

d) gegevensverzameling, -opslag, en -transmissie;

e) regelmatige verslaglegging over monitoring- en evaluatieactiviteiten;

f) het evaluatieplan;

g) de ex-ante- en ex-postevaluaties en alle andere evaluatieactiviteiten in verband met het plattelandsontwikkelingsprogramma, met inbegrip van die welke vereist zijn ter nakoming van de in artikel 50, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 75, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde aanvullende voorschriften voor de in 2017 en 2019 in te dienen jaarlijkse uitvoeringsverslagen;

h) steun om alle met monitoring en evaluatie belaste actoren in staat te stellen hun verplichtingen na te komen.

2. De gemeenschappelijke reeks context-, resultaat- en outputindicatoren voor het plattelandsontwikkelingsbeleid is opgenomen in bijlage IV. In die bijlage is ook aangegeven welke indicatoren moeten worden gebruikt voor het vaststellen van kwantitatieve doelstellingen voor aandachtsgebieden op het gebied van plattelandsontwikkeling. De in bijlage II, punt 2, bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde mijlpalen en streefdoelen van het prestatiekader worden door de lidstaat vastgesteld aan de hand van de in bijlage IV, punt 5, bij deze verordening bedoelde vooraf vastgestelde prestatiekaderindicatoren dan wel door deze indicatoren te vervangen door en/of aan te vullen met andere ter zake relevante outputindicatoren die in het plattelandsontwikkelingsprogramma zijn vastgesteld.

3. De in bijlage VI opgenomen documenten inzake technische ondersteuning maken deel uit van het monitoring- en evaluatiesysteem.

4. Voor soorten concrete acties waarvoor in de in bijlage I, deel I, punt 11, onder c), bij deze verordening bedoelde tabel een mogelijke bijdrage aan de in artikel 5, eerste alinea, punt 2, onder a), artikel 5, eerste alinea, punt 5, onder a) tot en met d), en artikel 5, eerste alinea, punt 6, onder a), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde aandachtsgebieden is vermeld, bevat de in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde elektronische registratie van de concrete acties een vlag/vlaggen om de gevallen te markeren waarin een concrete actie een component heeft die aan een of meer van die aandachtsgebieden bijdraagt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen