Art. 82 Verordening (EU) nr. 806/2014, Personeel
1. Het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van genoemd Statuut en van genoemde Regeling zijn van toepassing op het personeel van de afwikkelingsraad.
In afwijking van de eerste alinea worden de voorzitter, de vicevoorzitter en de vier leden als bedoeld in artikel 43, lid 1, punt b), gelijkgesteld met respectievelijk een vicepresident, rechter en griffier van het Hof van Justitie wat betreft beloning en pensioenleeftijd als vastgesteld in Verordening nr. 422/67/EEG, Verordening 5/67/Euratom van de Raad (24). Voor hen geldt geen maximale pensioenleeftijd. Op aspecten die niet onder deze verordening of Verordening nr. 422/67/EEG, Verordening nr 5/67/Euratom vallen, zijn het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van overeenkomstige toepassing.
2. De afwikkelingsraad stelt, in overeenstemming met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen vast overeenkomstig de regelingen van artikel 110 van het Statuut.
3. De afwikkelingsraad oefent ten aanzien van zijn personeel de bevoegdheden uit die krachtens het Statuut zijn verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag, alsook die welke krachtens de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden zijn verleend aan het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag.