Art. 47 Verordening (EU) nr. 806/2014, Onafhankelijkheid
1. De afwikkelingsraad en de nationale afwikkelingsautoriteiten handelen bij de uitvoering van de hun bij deze verordening opgedragen taken onafhankelijk en in het algemeen belang.
2. De voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden voeren hun taken uit conform de besluiten van de afwikkelingsraad, de Raad en de Commissie. Zij handelen onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie als geheel, en vragen noch aanvaarden instructies van instellingen of organen van de Unie, van de regering van een lidstaat of van andere publieke of particuliere organen.
Tijdens de beraadslagingen en het besluitvormingsproces binnen de afwikkelingsraad maken zij hun eigen standpunten kenbaar en stemmen zij onafhankelijk.
3. De lidstaten, instellingen of organen van de Unie en andere publieke of particuliere organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de voorzitter, de vicevoorzitter of de leden van de afwikkelingsraad.
4. Overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren, als vervat in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (19) („het Statuut”) bedoeld in artikel 87, lid 6, van deze verordening blijven de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), van deze verordening bedoelde leden na hun uitdiensttreding verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of gunsten integer en discreet op te stellen.