Art. 37 Verordening (EU) nr. 806/2014, Toestemming van een rechterlijke instantie

Verordening (EU) nr. 806/2014

1. Indien het nationale recht voorschrijft dat voor de in artikel 36, leden 1 en 2, bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in artikel 36, lid 5, bedoelde bijstand de toestemming van een rechterlijke instantie vereist is, wordt die toestemming gevraagd.

2. Indien de in lid 1 van dit artikel bedoelde toestemming wordt gevraagd, toetst de nationale rechterlijke instantie het besluit van de afwikkelingsraad op zijn authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn, noch buitensporig in verhouding tot het voorwerp van de inspectie. Bij haar toetsing van de evenredigheid van de dwangmaatregelen kan de nationale rechterlijke instantie de afwikkelingsraad om nadere uitleg vragen, in het bijzonder met betrekking tot de redenen die de afwikkelingsraad heeft om aan te nemen dat een inbreuk op de in artikel 29 bedoelde besluiten heeft plaatsgevonden, en met betrekking tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van de inspectie toetsen, noch de informatie in het dossier van de afwikkelingsraad opvragen. Uitsluitend het Hof van Justitie kan het besluit van de afwikkelingsraad op zijn rechtmatigheid toetsen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen