Art. 26 Verordening (EU) nr. 652/2014, Inhoud en indiening van de programma’s voor de ultraperifere gebieden

Verordening (EU) nr. 652/2014

1. De lidstaten dienen jaarlijks uiterlijk op 31 mei bij de Commissie de programma’s voor de ultraperifere gebieden in die in het volgende jaar beginnen en waarvoor zij een subsidie wensen aan te vragen.

Na 31 mei ingediende programma’s voor de ultraperifere gebieden komen met betrekking tot het volgende jaar niet in aanmerking voor financiering.

2. De programma’s voor de ultraperifere gebieden omvatten ten minste het volgende:

a) de plaagorganismen waarop het programma betrekking heeft;

b) een beschrijving en afbakening van de geografische en bestuurlijke gebieden waar het programma wordt uitgevoerd en een beschrijving van de status van die gebieden in verband met de aanwezigheid van de betrokken plaagorganismen;

c) een technische analyse van de fytosanitaire situatie in het gebied;

d) de looptijd van het programma;

e) de in het programma opgenomen activiteiten en, in voorkomend geval, het aantal geplande visuele onderzoeken, monsters en tests voor de plaagorganismen en de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen;

f) het geraamde budget;

g) de streefdoelen die op de einddatum van het programma moeten zijn bereikt en de verwachte baten ervan, en

h) geschikte indicatoren om te meten in hoeverre de streefdoelen van het programma zijn gehaald.

In elk meerjarig programma voor de ultraperifere gebieden wordt de onder b), e), en g) van de eerste alinea bedoelde informatie gegeven voor elk jaar waarop het programma betrekking heeft indien sprake is van significante veranderingen ten opzichte van het voorafgaande jaar. De onder f) van die alinea bedoelde informatie wordt gegeven voor elk jaar waarop het programma betrekking heeft.

Vorige artikelen

Volgende artikelen