Art. 65 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Meldingen inzake de vergroening
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014
1. De lidstaten melden de volgende informatie aan de Commissie:
a) uiterlijk op 15 december 2014:
i) in voorkomend geval, hun besluit om de in artikel 43, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde betaling te berekenen overeenkomstig de derde alinea van dat lid;
ii) in voorkomend geval, hun besluit om andere kwetsbare gebieden blijvend grasland als bedoeld in artikel 45, lid 1, tweede alinea van Verordening (EU) nr. 1307/2013, aan te wijzen;
iii) in voorkomend geval, hun besluit om de in artikel 43, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde betaling op regionaal niveau toe te passen overeenkomstig artikel 47, lid 2, tweede alinea, van die verordening;
b) uiterlijk op 15 december van het betrokken jaar, het besluit om nieuwe arealen ecologisch kwetsbaar blijvend grasland aan te wijzen als bedoeld in artikel 41, tweede alinea, van de onderhavige verordening;
c) uiterlijk op 15 december van elk jaar, voor het betrokken aanvraagjaar:
i) het totale aantal landbouwers dat ten minste een vergroeningsverplichting als bedoeld in artikel 43, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moet toepassen, alsmede het door die landbouwers aangegeven totale aantal hectaren;
ii) het totale aantal landbouwers dat van een of meer vergroeningspraktijken is vrijgesteld, het aantal landbouwers dat van alle praktijken is vrijgesteld omdat zij aan Verordening (EG) nr. 834/2007 voldoen, het aantal landbouwers dat van de gewasdiversificatieverplichting is vrijgesteld, en het aantal landbouwers dat van de verplichting tot het hebben van ecologisch aandachtsgebied is vrijgesteld, alsmede het respectieve door die landbouwers aangegeven aantal hectaren. Landbouwers die deelnemen aan de regeling voor kleine landbouwers, worden niet meegeteld;
iii) het totale aantal landbouwers dat gelijkwaardige maatregelen toepast, uitgesplitst naar landbouwers die de gelijkwaardigheid als bedoeld in artikel 43, lid 3, onder a) dan wel onder b), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toepassen, alsmede het respectieve door die landbouwers aangegeven aantal hectaren;
iv) het totale aantal landbouwers waarop de gewasdiversificatieverplichting van toepassing is, uitgesplitst naar landbouwers voor wie de gewasdiversificatie hetzij twee, hetzij drie gewassen betreft, alsmede het respectieve aantal door die landbouwers aangegeven hectaren bouwland;
v) het totale aantal landbouwers dat in aanmerking is genomen voor de berekening van de verhouding arealen blijvend grasland/totaal landbouwareaal en het door die landbouwers aangegeven totale aantal hectaren blijvend grasland;
vi) het totale aantal landbouwers dat ecologisch kwetsbaar blijvend grasland aangeeft, het totale aantal door die landbouwers aangegeven hectaren ecologisch kwetsbaar blijvend grasland en het totale aantal hectaren aangewezen ecologisch kwetsbaar blijvend grasland;
vii) het totale aantal landbouwers waarop de verplichting tot het hebben van ecologisch aandachtsgebied van toepassing is, het door die landbouwers aangegeven totale aantal hectaren bouwland, en het totale aantal hectaren dat vóór toepassing van de wegingsfactoren als ecologisch aandachtsgebied is aangegeven, uitgesplitst naar soort ecologisch aandachtsgebied, als vermeld in artikel 46, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
viii) het totale aantal landbouwers dat de verplichting tot het hebben van ecologisch aandachtsgebied op regionaal of op collectief niveau ten uitvoer legt, alsmede het door die landbouwers aangegeven totale aantal hectaren bouwland;
d) uiterlijk op 15 december van elk jaar, de referentieverhouding en de jaarlijkse verhouding tussen de arealen blijvend grasland en het totale landbouwareaal, alsmede informatie over de verplichtingen die overeenkomstig artikel 45, lid 2, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en artikel 44 van de onderhavige verordening op bedrijfsniveau zijn vastgesteld.
2. In de melding die de lidstaten op grond van artikel 46, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 uiterlijk op 1 augustus 2014 doen, delen zij de volgende informatie aan de Commissie mee:
a) hun besluit welke arealen zoals omschreven in artikel 46, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, als ecologisch aandachtsgebied zijn aangemerkt, en daarnaast, uiterlijk op 1 oktober 2014, de tekst van dat besluit, alsmede informatie over de voorwaarden die in het kader van het door de betrokken lidstaat genomen besluit voor die arealen gelden;
b) nadere informatie over het gebruik van de in artikel 46, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde omzettings- en wegingsfactoren.
3. In de melding die de lidstaten op grond van artikel 46, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de eerste toepassing van het betrokken besluit aan de Commissie doen, delen zij de volgende informatie aan de Commissie mee:
a) voor lidstaten die opteren voor de regionale tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, informatie over de omschrijving van de regio’s, de aanwijzing van arealen, de voor de toepassing van artikel 46, lid 4, van de onderhavige verordening geselecteerde arealen, en informatie waarin wordt toegelicht op welke wijze deze regionale tenuitvoerlegging de tenuitvoerlegging van het Uniebeleid inzake milieu, klimaat en biodiversiteit ondersteunt;
b) lidstaten die besluiten een in artikel 46, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde collectieve tenuitvoerlegging toe te staan, voegen in voorkomend geval informatie bij over de aanwijzing van arealen en de voor de toepassing van artikel 47, lid 3, van de onderhavige verordening geselecteerde arealen.
4. In de melding die de lidstaten op grond van artikel 46, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de eerste toepassing van het betrokken besluit aan de Commissie doen, delen de lidstaten die aan de voorwaarden van artikel 46, lid 7, van die verordening voldoen en die besluiten de in die bepaling bedoelde vrijstelling toe te passen, de tekst van dat besluit aan de Commissie mee, alsmede de gegevens en de berekeningen waaruit blijkt dat alle in artikel 46, lid 7, van die verordening bedoelde vrijstellingsvoorwaarden zijn vervuld.
De eerste alinea is van overeenkomstige toepassing op besluiten om de in artikel 46, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde vrijstelling verder toe te passen en de periode van drie jaar overeenkomstig artikel 48, lid 3, van de onderhavige verordening te verlengen.
De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van wijzigingen in de toepassing van de in artikel 46, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde vrijstelling.