Art. 28 Verordening (EU) nr. 600/2014, Verplichting tot handel op gereglementeerde markten, MTF’s of OTF’s
1. Financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening bedoelde voorwaarden, mogen transacties die noch transacties binnen een groep zijn zoals gedefinieerd in artikel 3 van die verordening, noch transacties die vallen onder de overgangsbepalingen van artikel 89 van die verordening, met andere dergelijke financiële tegenpartijen of andere dergelijke niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 in derivaten die behoren tot van een klasse derivaten waarvoor de handelsverplichting volgens de in artikel 32 beschreven procedure geldt en die zijn vermeld in het register dat is bedoeld in artikel 34, uitsluitend verrichten op:
a) gereglementeerde markten;
b) MTF’s;
c) OTF’s; of
d) handelsplatformen van derde landen, op voorwaarde dat de Commissie een besluit overeenkomstig lid 4 heeft vastgesteld en dat het derde land beschikt over een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend om derivaten waarop een handelsverplichting van toepassing is verklaard op niet-exclusieve basis in dat derde land toe te laten tot de handel of te verhandelen.
2. De handelsverplichting geldt ook voor in lid 1 bedoelde tegenpartijen die derivatentransacties aangaan met betrekking tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, met financiële instellingen of andere entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als ze in de Unie waren gevestigd. De handelsverplichting geldt ook voor entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als zij in de Unie waren gevestigd en die derivatentransacties aangaan die behoren tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, op voorwaarde dat het contract een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect heeft binnen de Unie of als een dergelijke verplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.
De ESMA houdt regelmatig toezicht op de activiteit in derivaten waarop de handelsverplichting als beschreven in lid 1 niet van toepassing is verklaard, om vast te stellen in welke gevallen een bepaalde klasse contracten een systeemrisico kan vormen, en om reguleringsarbitrage te voorkomen tussen derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting geldt en derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting niet geldt.
3. Derivaten waarvoor de handelsverplichting overeenkomstig lid 1 geldt komen in aanmerking om te worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis te worden verhandeld op elk handelsplatform als bedoeld in lid 1.
4. De Commissie kan de onderzoeksprocedure van artikel 51, lid 2, besluiten aannemen om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land waarborgt dat een handelsplatform met een vergunning in dat derde land voldoet aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor handelsplatformen die zijn beschreven in lid 1, onder a), b) of c), van dit artikel en die voortkomen uit deze verordening, Richtlijn 2014/65/EU, en Verordening (EU) nr. 596/2014, en in dat derde land onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving.
Die besluiten hebben uitsluitend ten doel te bepalen of een handelsplatform in aanmerking komt voor de handel in derivaten waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard.
Het wettelijke en toezichtskader van een derde land wordt geacht een gelijkwaardig effect te hebben indien dat kader voldoet aan alle volgende voorwaarden:
a) handelsplatformen in dat derde land zijn vergunningplichtig en zijn doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen;
b) handelsplatformen beschikken over duidelijke en transparante regels voor de toelating van financiële instrumenten tot de handel om ervoor te zorgen dat dergelijke financiële instrumenten op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn;
c) emittenten van financiële instrumenten zijn onderworpen aan periodieke en doorlopende informatie-eisen die een hoge mate van beleggersbescherming garanderen;
d) het zorgt voor transparantie en integriteit van de markt door middel van regelgeving ter bestrijding van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;
Een besluit van de Commissie krachtens dit lid kan worden beperkt tot een categorie of bepaalde categorieën handelsplatformen. In dat geval valt een handelsplatform van een derde land alleen onder lid 1, onder d), indien het tot de door het besluit van de Commissie bestreken categorie behoort.
5. Teneinde een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de in lid 2 bedoelde soorten contracten die binnen de Unie een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect hebben en de gevallen waarin de handelsverplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Indien mogelijk en waar passend, zijn de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen identiek aan die welke overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgesteld.