Art. 2 Verordening (EU) nr. 600/2014, Definities
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;
2. „beleggingsdiensten en -activiteiten”: beleggingsdiensten en -activiteiten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU;
3. „nevendiensten”: nevendiensten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU;
4. „uitvoering van orders voor rekening van cliënten”: uitvoering van orders voor rekening van cliënten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU;
5. „handelen voor eigen rekening”: handelen voor eigen rekening in de zin van artikel 4, lid 1, punt 6, van Richtlijn 2014/65/EU;
6. „marktmaker”: marktmaker in de zin van artikel 4, lid 1, punt 7, van Richtlijn 2014/65/EU;
7. „cliënt”: cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 9, van Richtlijn 2014/65/EU;
8. „professionele cliënt”: professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 10, van Richtlijn 2014/65/EU;
9. „financieel instrument”: financieel instrument in de zin van artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU;
10. „marktexploitant”: marktexploitant in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/65/EU;
11) „multilateraal systeem”: een multilateraal systeem in de zin van artikel 4, lid 1, punt 19, van Richtlijn 2014/65/EU;
12. „beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling”: beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 20, van Richtlijn 2014/65/EU;
13. „gereglementeerde markt”: gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 21, van Richtlijn 2014/65/EU;
14. „multilaterale handelsfaciliteit” of „MTF” (multilateral trading facility): multilaterale handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU;
15. „georganiseerde handelsfaciliteit” of „OTF” (organised trading facility): een georganiseerde handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 23, van Richtlijn 2014/65/EU;
16. „handelsplatform”: een handelsplatform in de zin van artikel 4, lid 1, punt 24, van Richtlijn 2014/65/EU;
17. „liquide markt”:
a) voor de toepassing van de artikelen 9, 11 en 18, een markt voor een financieel instrument of een klasse van financiële instrumenten waarop bereidwillige kopers en verkopers doorlopend aanwezig zijn, en waar de markt wordt beoordeeld overeenkomstig de hierna volgende criteria, rekening houdend met de specifieke marktstructuren van het betrokken financieel instrument of de betrokken klasse van financiële instrumenten:
i) de gemiddelde frequentie en omvang van de transacties in verschillende marktomstandigheden, gelet op de aard en levenscyclus van producten binnen de klasse van financiële instrumenten;
ii) het aantal en het soort marktdeelnemers, met inbegrip van de verhouding van marktdeelnemers tot verhandelde financiële instrumenten in een bepaald product;
iii) de gemiddelde omvang van de spreads, indien beschikbaar;
b) voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14, een markt waarop een financieel instrument dagelijks wordt verhandeld en de markt wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
i) het vrij verhandelbaar gedeelte (de free float);
ii) het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in deze financiële instrumenten;
iii) de gemiddelde dagelijkse omzet in deze financiële instrumenten;
18. „bevoegde autoriteit”: een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 26, van Richtlijn 2014/65/EU;
19. „kredietinstelling”: een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (20);
20. „bijkantoor”: bijkantoor in de zin van artikel 4, lid 1, punt 30, van Richtlijn 2014/65/EU;
21. „nauwe banden”: nauwe banden in de zin van artikel 4, lid 1, punt 35, van Richtlijn 2014/65/EU;
22. „leidinggevend orgaan”: een leidinggevend orgaan in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36, van Richtlijn 2014/65/EU;
23. „gestructureerd deposito”: een gestructureerd deposito in de zin van artikel 4, lid 1, punt 43, van Richtlijn 2014/65/EU;
24. „effecten”: effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44 van Richtlijn 2014/65/EU;
25. „representatieve certificaten (depositary receipts)”: representatieve certificaten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 45 van Richtlijn 2014/65/EU;
26. „beursverhandeld fonds” of „ETF” (exchange-traded fund): een beursverhandeld fonds in de zin van artikel 4, lid 1, punt 46 van Richtlijn 2014/65/EU;
27. „certificaten”: op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren die in het geval van een terugbetaling van inbreng door de uitgevende instelling voor aandelen komen, maar na ongedekte obligaties en soortgelijke instrumenten;
28. „gestructureerde financiële producten”: waardepapieren die bedoeld zijn om kredietrisico te securitiseren en over te dragen dat is verbonden aan een pool van financiële activa op basis waarvan de houder recht heeft op regelmatige betalingen die afhankelijk zijn van de geldstromen van de onderliggende activa;
29. „derivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, en die worden genoemd in deel C, punten 4 tot en met 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;
30. „grondstoffenderivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, met betrekking tot een grondstof of een onderliggende waarde, als bedoeld in deel C, punt 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU of in deel C, punten 5, 6, 7 en 10, van bijlage I daarbij
31. „CTP”: een CTP in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012;
32. „op de beurs verhandeld derivaat”: een derivaat dat wordt verhandeld op een gereglementeerde markt of op de markt van een derde land die overeenkomstig artikel 28 van deze verordening als gelijkwaardig met een gereglementeerde markt wordt beschouwd, en dat als zodanig niet onder de definitie van otc-derivaat van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt;
33. „blijk van belangstelling die aanleiding geeft tot actie” (actionable indication of interest): een bericht van het ene lid of de ene deelnemer aan het andere lid of de andere deelnemer binnen een handelssysteem met betrekking tot belangstelling voor handel, waarin alle noodzakelijke informatie is opgenomen om een transactie overeen te komen;
34. „goedgekeurde publicatieregeling” of „APA” (approved publication arrangement): een goedgekeurde publicatieregeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 52 van Richtlijn 2014/65/EU;
35. „verstrekker van consolidated tape” (consolidated tape provider): een verstrekker van consolidated tape in de zin van artikel 4, lid 1, punt 53 van Richtlijn 2014/65/EU;
36. „goedgekeurd meldingsmechanisme” of „ARM” (approved reporting mechanism): een goedgekeurd meldingsmechanisme in de zin van artikel 4, lid 1, punt 54 van Richtlijn 2014/65/EU;
37. „lidstaat van herkomst”: lidstaat van herkomst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 55 van Richtlijn 2014/65/EU;
38. „lidstaat van ontvangst”: lidstaat van ontvangst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 56 van Richtlijn 2014/65/EU;
39. „benchmark”: een openbaar gemaakt of gepubliceerd rente, index of getal dat periodiek of regelmatig wordt bepaald door een formule toe te passen op dan wel op basis van de waarde van een of meer onderliggende activa of prijzen, met inbegrip van geraamde prijzen, werkelijke of geraamde rentetarieven of andere waarden, dan wel enquêtegegevens, en op basis waarvan het voor een financieel instrument te betalen bedrag of de waarde van een financieel instrument wordt bepaald;
40) „interoperabiliteitsregeling”: een interoperabiliteitsregeling in de zin van artikel 2, punt 12, van Verordening (EU) nr. 648/2012;
41. „financiële instelling uit een derde land”: een entiteit waarvan het hoofdkantoor in een derde land is gevestigd, die op grond van de wetgeving van dat derde land een vergunning of licentie heeft verkregen om een of meer van de diensten of activiteiten uit te voeren die zijn genoemd in Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2014/65/EU, Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (21), Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (22), Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (23) of Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (24);
42) „onderneming uit een derde land”: een onderneming uit een derde land in de zin van artikel 4, lid 1, punt 57, van Richtlijn 2014/65/EU;
43. „voor de groothandel bestemde energieproducten”: voor de groothandel bestemde energieproducten in de zin van artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (25);
44. „landbouwgrondstoffenderivaten”: derivatencontracten met betrekking tot producten opgenomen in de lijst van artikel 1 van, en bijlage I, deel I tot XX en XXIV/1 bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (26);
45. „liquiditeitsfragmentatie”: een situatie waarin:
a) de deelnemers aan een handelsplatform niet in staat zijn een transactie met een of meer andere deelnemers aan dat platform af te sluiten wegens het ontbreken van clearingregelingen waartoe alle deelnemers toegang hebben; of
b) een clearinglid of zijn cliënten gedwongen zouden zijn hun posities in een financieel instrument op meer dan één CTP aan te houden, hetgeen de mogelijkheid tot verrekening van financiële posities zou beperken;
46. „overheidsschuld”: overheidsschuld in de zin van artikel 4, lid 1, punt 61 van Richtlijn 2014/65/EU;
47. „compressie van een portefeuille”: een risicoverlagende dienst waarbij twee of meer tegenpartijen enkele of alle derivaten die door hen zijn voorgelegd om te worden opgenomen in de compressie van een portefeuille, geheel of gedeeltelijk beëindigen en de beëindigde derivaten vervangen door een ander derivaat waarvan de gecombineerde notionele waarde kleiner is dan de gecombineerde notionele waarde van de beëindigde derivaten.
2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bepaalde technische elementen van de in lid 1 vastgelegde definities nader te bepalen om deze af te stemmen op de marktontwikkelingen.