Art. 68 Verordening (EU) nr. 508/2014, Afzetmaatregelen
1. Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor afzetmaatregelen ten bate van visserij- en aquacultuurproducten die gericht zijn op:
a) het opzetten van producentenorganisaties, verenigingen van producentenorganisaties en brancheorganisaties, te erkennen overeenkomstig afdeling II van hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1379/2013;
b) het vinden van nieuwe markten en het verbeteren van de voorwaarden voor het op de markt brengen van visserij- en aquacultuurproducten, waaronder:
i) soorten met afzetpotentieel;
ii) ongewenste vangsten van commerciële bestanden die worden aangeland overeenkomstig technische maatregelen, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 8, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1379/2013;
iii) visserij- en aquacultuurproducten die worden verkregen aan de hand van methoden met een lage milieu-impact, of biologische aquacultuurproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 834/2007;
c) het verbeteren van de kwaliteit en de toegevoegde waarde, door het stimuleren van:
i) de indiening van aanvragen tot registratie van producten en de aanpassing van de betrokken marktdeelnemers aan de desbetreffende nalevings- en certificeringsvoorschriften overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (37);
ii) de certificering en de afzetbevordering voor onder meer duurzame visserij- en aquacultuurproducten, met inbegrip van producten van de kleinschalige kustvisserij, en milieuvriendelijke verwerkingsmethoden;
iii) de rechtstreekse afzet van visserijproducten door kleinschalige kustvissers of door vissers die te voet vissen;
iv) de aanbiedingsvorm en verpakking van producten;
d) het bevorderen van de transparantie van de productie en de markten, en het verrichten van marktonderzoek en studies betreffende de afhankelijkheid van de Unie van invoer;
e) het bijdragen tot de traceerbaarheid van visserij- en aquacultuurproducten en, waar passend, de ontwikkeling van een voor de gehele Unie geldend milieukeurmerk voor visserij- en aquacultuurproducten, als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1379/2013;
f) het opstellen, voor kleine en middelgrote ondernemingen van standaardcontracten die verenigbaar zijn met het Unierecht;
g) het houden van regionale, nationale of transnationale communicatie- en afzetbevorderingscampagnes die de bekendheid van het publiek met duurzame visserij- en aquacultuurproducten moeten vergroten.
2. De in lid 1 bedoelde concrete acties kunnen onder meer betrekking hebben op de productie-, verwerkings- en afzetactiviteiten die in de bevoorradingsketen plaatsvinden.
De in lid 1, onder g), bedoelde concrete acties zijn niet gericht op handelsmerken.