Art. 51 Verordening (EU) nr. 508/2014, Vergroting van het potentieel van aquacultuurlocaties
1. Om bij te dragen aan de ontwikkeling van de aquacultuurlocaties en -infrastructuur, en de schadelijke milieueffecten van de concrete aquacultuuracties terug te dringen, kan uit het EFMZV steun worden verleend voor:
a) het afbakenen en in kaart brengen van de gebieden die het meest geschikt zijn voor de ontwikkeling van aquacultuur, met inachtneming van, in voorkomend geval, processen voor ruimtelijke ordening, alsmede het afbakenen en in kaart brengen van gebieden waar aquacultuur moet worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat die gebieden hun rol in de werking van het ecosysteem kunnen behouden;
b) het verbeteren en ontwikkelen van de nodige ondersteuningsvoorzieningen en -infrastructuur om het potentieel van aquacultuurlocaties te vergroten en om de schadelijke milieueffecten van aquacultuur terug te dringen, onder meer door middel van investeringen in landinrichting, energiebevoorrading of waterbeheer;
c) maatregelen die de bevoegde autoriteiten in het kader van artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2009/147/EG of van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 92/43/EEG vaststellen en uitvoeren om ernstige schade aan de aquacultuur te voorkomen;
d) maatregelen die de bevoegde autoriteiten vaststellen en uitvoeren naar aanleiding van de opsporing van toegenomen sterfte of ziekten als voorzien in artikel 10 van Richtlijn 2006/88/EG van de Raad (32). Die maatregelen kunnen onder meer bestaan in het uitvoeren van actieplannen voor schaal- en schelpdieren ten behoeve van bescherming, herstel en beheer, waaronder steun aan producenten van schaal- en schelpdieren voor de instandhouding van natuurlijke schaal- en schelpdierbanken en -stroomgebieden.
2. Steun op grond van dit artikel wordt slechts verleend aan publiekrechtelijke instanties of particuliere organisaties die door de lidstaten zijn belast met de in lid 1 bedoelde taken.