Art. 44 Verordening (EU) nr. 508/2014, Binnenvisserij en aquatische fauna en flora in de binnenwateren
1. Om de impact van de binnenvisserij op het milieu te verminderen en de energie-efficiëntie, de waarde en de kwaliteit van de aangelande vis, de gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden en menselijk kapitaal en opleiding te verbeteren, kan uit het EFMZV steun worden verleend voor investeringen:
a) in de verbetering van het menselijk kapitaal, jobcreatie en de sociale dialoog als bedoeld in artikel 29, en onder de in dat artikel gestelde voorwaarden;
b) aan boord of in afzonderlijke uitrusting als bedoeld in artikel 32 en onder de in dat artikel gestelde voorwaarden;
c) in uitrusting en soorten concrete acties als bedoeld in de artikelen 38 en 39 en onder de in die artikelen gestelde voorwaarden;
d) in de verbetering van de energie-efficiëntie en de matiging van de effecten van de klimaatverandering, als bedoeld in artikel 41 en onder de in dat artikel gestelde voorwaarden;
e) in de verbetering van de waarde of de kwaliteit van de gevangen vis, als bedoeld in artikel 42 en onder de in dat artikel gestelde voorwaarden;
f) in vissershavens, beschuttingsplaatsen en aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 43, overeenkomstig de in dat artikel vastgestelde voorwaarden.
2. Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor investeringen met betrekking tot starterssteun voor jonge vissers als bedoeld in artikel 31 en onder dezelfde voorwaarden als in dat artikel, behoudens voor de vereiste in van het tweede lid, onder b), van dat artikel.
3. Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor het ontwikkelen en bevorderen van innovatie overeenkomstig artikel 26, voor adviesdiensten overeenkomstig artikel 27 en voor partnerschappen tussen wetenschappers en vissers overeenkomstig artikel 28.
4. Om de diversifiëring door binnenvissers te ondersteunen, kan uit het EFMZV steun worden verleend voor de diversifiëring van binnenvisserijactiviteiten naar andere activiteiten buiten de visserij, onder de in artikel 30 gestelde voorwaarden.
5. Voor de toepassing van lid 1:
a) gelden verwijzingen die in de artikelen 30, 32, 38, 39, 41 en 42 naar vissersvaartuigen worden gemaakt, als verwijzingen naar vaartuigen die uitsluitend in binnenwateren actief zijn;
b) gelden verwijzingen die in artikel 38 naar het mariene milieu worden gemaakt, als verwijzingen naar het milieu waarin het binnenvissersvaartuig actief is.
6. Om de aquatische flora en fauna te beschermen en te ontwikkelen, kan uit het EFMZV steun worden verleend voor:
a) het beheren, herstellen en monitoren van de Natura 2000-sites die de gevolgen ondervinden van visserijactiviteiten, en het rehabiliteren van binnenwateren overeenkomstig Richtlijn 2000/60/EU van het Europees Parlement en de Raad (30), met inbegrip van paaigronden en migratieroutes voor migrerende soorten, onverminderd artikel 40, lid 1, onder e), van deze verordening en, waar passend, met deelname van binnenvissers;
b) het bouwen, moderniseren of installeren van vaste of verplaatsbare voorzieningen om de aquatische flora en fauna te beschermen en te versterken, met inbegrip van de wetenschappelijke voorbereiding, monitoring en beoordeling daarvan.
7. De lidstaten zorgen ervoor dat vaartuigen die krachtens dit artikel steun ontvangen, hun activiteiten uitsluitend in binnenwateren blijven ontplooien.