Art. 34 Verordening (EU) nr. 508/2014, Definitieve beëindiging van visserijactiviteiten

Verordening (EU) nr. 508/2014

1. Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor maatregelen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten mits die de sloop van vissersvaartuigen behelzen en op voorwaarde dat:

a) het in artikel 18 bedoelde operationele programma in dergelijke sloop voorziet; en

b) de definitieve beëindiging een instrument is van een in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde actieplan waaruit blijkt dat er geen effectief evenwicht tussen het vlootsegment en de voor dat segment beschikbare vangstmogelijkheden bestaat.

2. De steun volgens lid 1 wordt verleend aan:

a) eigenaren van Unievissersvaartuigen die als actief zijn geregistreerd en die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 90 dagen per jaar visserijactiviteiten op zee hebben verricht; of

b) vissers die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 90 dagen per jaar op zee hebben gewerkt aan boord van een Unievissersvaartuig dat onder de definitieve beëindiging valt.

3. De betrokken vissers beëindigen daadwerkelijk alle visserijactiviteiten. De begunstigden leveren de bevoegde nationale autoriteit het bewijs dat de visserijactiviteiten daadwerkelijk zijn beëindigd. Als de visser binnen twee jaar na de indiening van de steunaanvraag opnieuw visserijactiviteiten verricht, wordt de compensatie op pro-rata-temporisbasis terugbetaald.

4. Steun op grond van dit artikel mag tot en met 31 december 2017 worden verleend.

5. Steun op grond van dit artikel wordt pas uitbetaald nadat de overeenkomstige capaciteit definitief uit het register over de vissersvloot van de Unie is geschrapt en ook de visvergunningen en vismachtigingen definitief zijn ingetrokken. Het is de ontvanger gedurende vijf jaar na de ontvangst van die steun verboden een nieuw vissersvaartuig in het bestand te doen opnemen. De capaciteitsvermindering ten gevolge van definitieve beëindiging van de visserijactiviteit met overheidssteun zal leiden tot een permanente gelijkwaardige verlaging van de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 vermelde vangstcapaciteitsmaxima.

6. In afwijking van lid 1 kan steun worden verleend voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteit zonder sloop, op voorwaarde dat de vaartuigen worden aangepast voor andere activiteiten dan commerciële visserij.

Daarnaast kan in het geval van traditionele houten vaartuigen, met het oog op instandhouding van maritiem erfgoed, steun worden verleend voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteit zonder sloop, op voorwaarde dat dergelijke vaartuigen een erfgoedfunctie aan wal behouden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen