Art. 121 Verordening (EU) nr. 508/2014, Bescherming van de financiële belangen van de Unie
1. De Commissie neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van op grond van deze verordening gefinancierde concrete acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door het toepassen van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, door het verrichten van doeltreffende controles en, wanneer onregelmatigheden worden ontdekt, door het terugvorderen van onverschuldigd betaalde bedragen en, in voorkomend geval, door het opleggen van doeltreffende, evenredige en ontradende sancties.
2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer zijn bevoegd om, zowel op basis van documenten als controles ter plaatse, audits van alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die middelen van de Unie hebben ontvangen, te verrichten.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan, overeenkomstig de in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (40) en in Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 neergelegde procedures, controles en verificaties ter plaatse van direct of indirect bij de financiering betrokken marktdeelnemers uitvoeren, teneinde vast te stellen of er met betrekking tot een subsidieovereenkomst, een subsidiebesluit of een overeenkomst met betrekking tot Uniefinanciering fraude, corruptie of enige andere illegale activiteit heeft plaatsgevonden die de financiële belangen van de Unie hebben geschaad.
3. Onverminderd leden 1 en 2, worden de Commissie, de Rekenkamer en OLAF in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, in subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten en in overeenkomsten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening, uitdrukkelijk gemachtigd tot het verrichten van in die leden bedoelde audits en controles en verificaties ter plaatse, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.