Art. 100 Verordening (EU) nr. 508/2014, Onderbreking van de betalingstermijn

Verordening (EU) nr. 508/2014

1. De gedelegeerde ordonnateur in de zin van het Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 kan de termijn voor een aanvraag betreffende een tussentijdse betaling uitstellen in de in punten a), b) en c) van artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde gevallen en bovendien ook in geval van niet-naleving door een lidstaat van zijn verplichtingen in het kader van het GVB en deze niet-naleving van invloed kan zijn op de in een gecertificeerde uitgavenstaat opgenomen uitgaven waarvoor om een tussentijdse betaling is verzocht.

2. Voorafgaand aan de onderbreking van een betalingstermijn van een aanvraag tot tussentijdse betaling als bedoeld in lid 1 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarin ter bevestiging dat er aanwijzingen zijn van niet-naleving van de verplichtingen in het kader van het GVB. Alvorens de Commissie een dergelijk uitvoeringshandeling vaststelt, stelt zij de betrokken lidstaat onverwijld in kennis van deze aanwijzingen of van de betrouwbare informatie en krijgt de lidstaat de gelegenheid om binnen een redelijke termijn zijn opmerkingen te presenteren.

3. De onderbreking van de tussentijdse betaling van alle in lid 1 bedoelde uitgaven die onder de betalingsaanvraag vallen of van een deel daarvan, is evenredig gezien de aard, de ernst, de duur en het zich al dan niet herhalen van de niet-naleving.

Vorige artikelen

Volgende artikelen