Art. 45 GTM-kaderverordening, Aanvang van rechtstreeks toezicht door de ECB

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

1. De ECB specificeert in een ECB-besluit de datum waarop zij het rechtstreekse toezicht op zich zal nemen van een onder toezicht staande entiteit of een onder toezicht staande groep die is aangemerkt als een belangrijke onder toezicht staande entiteit of belangrijke onder toezicht staande groep. Dat ECB-besluit kan hetzelfde besluit zijn als het besluit waar naar wordt gerefereerd in artikel 44, lid 2. Met inachtneming van lid 2 doet de ECB, ten minste een maand voorafgaande aan de datum waarop zij het rechtstreekse toezicht zal aanvangen, kennisgeving van dat ECB-besluit aan iedere betrokken onder toezicht staande entiteit.

2. Indien de ECB rechtstreeks toezicht op zich neemt op een onder toezicht staande entiteit of een onder toezicht staande groep op basis van een verzoek tot ofwel ontvangst van rechtstreekse openbare financiële bijstand van het ESM, doet de ECB tijdig, ten minste een week voor de datum waarop zij het rechtstreekse toezicht op zich zal nemen, kennisgeving van het in lid 1 genoemde ECB-besluit aan iedere betreffende onder toezicht staande entiteit.

3. De ECB verschaft exemplaren van de in lid 1 genoemde ECB-besluiten aan de betrokken NBA’s.

4. De ECB neemt het rechtstreekse toezicht op een onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep op zich ten laatste twaalf maanden na de datum waarop de ECB kennisgeving heeft gedaan van een ECB-besluit krachtens artikel 44, lid 2, aan die onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep.

5. Binnen het kader van dit artikel, ingeval van een onder toezicht staande groep doet de ECB kennisgeving van het ECB-besluit aan de onder toezicht staande entiteit op het hoogste consolidatieniveau binnen de lidstaten en verzekert dat alle onder toezicht staande entiteiten binnen die groep binnen de betrokken uiterste termijn genoegzaam geïnformeerd worden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen