Art. 138 GTM-kaderverordening, Samenwerking tussen de ECB en NBA’s met betrekking tot de bevoegdheden die zijn vermeld in artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

De in dit deel vastgelegde bepalingen zijn van toepassing op belangrijke onder toezicht staande entiteiten. Ze zijn tevens van toepassing op minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten indien de ECB op basis van artikel 6, lid 5, onder d), van de GTM-verordening besluit de bevoegdheden uit te oefenen die zijn vermeld in artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening met betrekking tot een minder belangrijke onder toezicht staande entiteit. Dit doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van de NBA’s om rechtstreeks toezicht uit te oefenen op minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten krachtens artikel 6, lid 6, van de GTM-verordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen